20-05-09

342 * K.

(342) Brigitte K., Nachtuil. Dagboek van een heroïnehoer, EPO, 1995

 

6 november

 

Een ontzettende storm gehad. Simon kwam me doodleuk vertellen dat hij zomaar eventjes een paar keer met Gisela – klerewijf – naar bed was geweest. En ook nog allebei de keren terwijl ik bezig was in regen, wind en bittere kou ons geld te verdienen.

15-05-09

341 * Dendooven

 

(341) Lucien Dendooven, De helle dageraad, De Clauwaert, 1963

 

Op een herfstdag zag hij voor het eerst Parijs. (…) De regen deed de auto’s glimmen.

09-05-09

340 * Herberigs

(340) Robert Herberigs, Pasterke Candeels, De magneet, z.j.

 

De herfst heeft volop ingezet vandage. ’t Regent bij geheele aalstukken en er buischt ‘ne wildeman van ’n wind, die de blâren van de boomen snukt en tegen de ruiten van mijn eetplaatse doet plakken.

02-05-09

339 * Boni

(339) Armand Boni, Abelard en Heloise. (Het verhaal van mijn ongelukken), Standaard, 1980

 

Op een druilerige avond zat ik bij kaarslicht over Augustinus gebogen en mediteerde aan de hand van zijn werk over de zonde en de zondestraf.

28-04-09

338 * Coolen

(338) Robert H. Coolen, De tas gevuld met waanzin, De Clauwaert, 1960

 

Foccart stapt uit zijn wagen, sluit hem af. De regen slaat hem in het gezicht. Het licht van de neonlampen silhouetteert zijn zware gestalte. Hij duwt de tochtdeur van de verlichte vestibule open, treedt binnen. ‘Smerig weer. Asjeblieft.’ De gegalonneerde portier vangt de druipende regenjas.

22-04-09

337 * Claes-Vetter

(337) Stephanie Claes-Vetter, Angst, De Clauwaert, 1960

 

Daar waren hele drommen kleine dieren, muizen en ratten, en uilen en apen, die dansten rondom haar heen en schaterden als duivels. Ze trokken aan het haar, aan de vingers, aan de tenen, ze grepen haar vast en bonden haar op een rad, dat haar verpletterde. De donder ratelde, de bliksem flikkerde, de kleine duivels lachten en krijsten en sprongen op, en om, en over haar heen.

16-04-09

336 * Matthysen

(336) Hugo Matthysen, Boer en bond, in Humo 27/3487, 03 juli 2007

 

Rochelend floot de wind tussen de pannen en de regen tempeestte de ruiten met doorzopen getrommel. Naargeestig was het in de keuken. Het wijf lag ziek te bed, en boerken Kevin keek door het raam, zich afvragend waarom hij dat eigenlijk deed.

12-04-09

335 * Walschap J

(335) Jacques Walschap, Mirjam, in Zeven rond de toren, VKL Kortrijk, 1984

 

Het afscheid is verward. De meesten zijn wat in de wind.

07-04-09

334 * Boschmans

(334) Jan Boschmans, De woudloper, in Zeven rond de toren, VKL Kortrijk, 1984

 

We weten het, hij heeft een hekel aan dit benepen, overbevolkt landje met zijn kleine konijnenbosjes, zijn molshoopheuveltjes, zijn tamme, vuile riviertjes, zijn grauwe luchtjes, zijn lauwe temperatuurtjes, zijn … kleinzieligheid.

01-04-09

333 * Moragie

(333) Max Moragie, Dodemanschantage, Manteau, 2004

De nazomerse warmte had plaatsgemaakt voor een herfstachtige kilte. Een ferm onweer was de voorbode geweest van nog meer wind en regen. Van Ransbeek liet de ruitenwissers van de Oldsmobile op hun hoogste stand over de voorruit bewegen.

25-03-09

332 * Fonteyne

(332) Norbert Edgard Fonteyne, Kinderjaren (Twee mussen voor een penning), Orbis en Orion, 1981 – herdrukken uit de Zuid-Nederlandse letterkunde, KANTL Gent

 

En bij regendag of dooi sipsapten dakgoten ringsomheen, welluidend en grillig als een oud spinet. (…) Wanneer de regendagen ons binnenshuis hielden zaten we op een stoel geknield voor het raam, en met de neusjes tegen de ruit droomden we over de dorpsplaats heen.

 

(Noot: er deed zich een aardbeving in West-Vlaanderen voor tijdens de begrafenis van de jonggestorven N.E.F., anno 1938)

20-03-09

331 * Messely

(331) Frank Messely, Woodland, Houtekiet – Signature, 2001

 

Terwijl ik daar lag, luisterend naar het zwakke geklaag van de wind en het getik van ijskristallen tegen de ruiten, scheen alles me opeens onecht toe. De volgende dag bleef het onheilspellend grijs.

15-03-09

330 * Stevens

(330) René Stevens, Makarov, Gopher, 2006

 

Het regende pijpenstelen. De grijze schrale hemel keilde bakken water op de blank staande straten. (…) Hij staarde naar de regendruppels die knetterend uit elkaar spatten op het raam.

10-03-09

329 * Van Ryssel

(329) Daniël Van Ryssel, De charmes van dagelijksheid (Literair dagboek Gent 1976), Yang, 1978

 

Nog eens naar de regen kijken, de deur langzaam dichtduwen en in de keuken een kop Nescafé klaarmaken.

05-03-09

328 * Leroy

(328) J. Leroy, Karel de Blauwer, Schets uit het smokkelaarsleven, Lannoo, 1944

 

’t Is avond en pikdonker, de wind blaast geweldig uit het Westen. ’t Is waterkoud, en alles voorspelt slecht weder. Bij Karel Velde is de kaars ontstoken en Sofie zit met haar kinders om de kachel.

01-03-09

327 * Moerenhout

(327) Peter Moerenhout, De waarheid als bijgerecht, verhaal in De Brakke Hond 94, 2007

 

Kalm en nonchalant verruilde hij de warmte van de taxi voor miezerige regen. Hij wist van regen die het gezicht van mensen kuste, maar dat was niet wat de regen nu bij hem deed. Het was eerder likken. Lauw en lang.

23-02-09

326 * Vandewijer

(326) Ina Vandewijer, Witte pijn, Davidsfonds/Infodok, 2000

 

(Piqsiq, de storm). Er steekt een lage grondwind op, aangevoerd vanuit de ijsvelden over zee. De wind wervelt langs mijn benen naar omhoog en de opgewaaide sneeuw die hij meevoert, prikt in mijn gezicht. Wat gebeurt er? Heb ik een wolk wind aan flarden geschoten?

19-02-09

325 * Baccarne

(325) Robert Baccarne, De klok luidde voort, Davidsfonds, 1968

 

Dan schiet een windstoot door het geopende deurtje, flitst door het trapgat naar boven en verzwindt door de galmgaten. De tochtstroom sleurt een steekvlam mee en in een oogwenk laait de hele tas. De toren brandt!

10-02-09

324 * Houben

(324) Jos Houben, Kreoon, Standaard – Agathon, 1981

 

Er kwam ergens een spleet. Ik viel erin, en ik viel – en ik werd ‘wakker’. Het regende pijpestelen. Ik lag in de modder, in de nacht, onder de vingers van de bliksem.

04-02-09

323 * Thomas

(323) Frans Thomas, Droog, Continental Publishing, 1998

 

Het regent, maar wij zullen samen schuilen onder één jas, heel dicht bij elkaar door de straten lopen tot we een gezellig en rustig plekje vinden. Marie-Rose, laat mij om de liefde Gods nooit meer los!

31-01-09

322 * Guirlande

(322) Christina Guirlande, Niet dringen alsjeblieft, De Vries – Brouwers, 2004

De wind blaast de laatste blaadjes van de bomen. Hij zwiept de takken tegen elkaar. ‘Er zit iemand op onze schommel!’ roept Sofie. ‘Ik zie niemand’, zegt Bas. ‘De wind zit op de schommel’, legt Sofie uit. ‘En die kan je niet zien. Je ziet alleen wat hij doet.’ Bas doet mee met de wind. Woeps! omhoog. Woeps! omlaag. Heen en weer. De wind wordt maar niet moe. Bas wel.

25-01-09

321 * Vermeersch E

 

(321) Etienne Vermeersch, De ogen van de panda (Een milieufilosofisch essay), Van de Wiele & Stichting Leefmilieu vzw, 1988

 

Op een morgen in het begin van het regenseizoen, ongeveer 3,7 miljoen jaar geleden, liepen er twee individuen – een vader met zijn zoontje wellicht – in de buurt van de Sadimanvulkaan in het huidige Tanzania. Waar ze naartoe gingen, dat weten we niet. Wel weten we dat er enkele uren voordien een vulkaanuitbarsting was geweest die het hele gebied met een laag fijne as had bedekt. Daarna was het beginnen regenen en zo werden de voetsporen van het tweetal heel nauwkeurig afgedrukt. Onder de brandende middagzon (…)

22-01-09

320 * Assal

(320) Saber Assal, In de schaduw van de druppels (vertaling Guy Commerman), uit A l’Ombre des Gouttes, Cerisier, 2000

 

‘Want al achttien jaar reis ik heen en weer tussen Tanger en Amsterdam, tussen de zon en de regen, mijn moeder moet er nu om lachen; zij zegt dat ik in de schaduw van de druppels leef … ja, zo is het ongeveer, mijn moeder heeft zelden ongelijk.’

16-01-09

319 * Harpman

(319) Jacqueline Harpman, Het strand van Oostende (vertaling Eef Gratama & Jelle Noorman), Thoth, 1993

 

Ik huiverde even. Léopold stond naast me, hij legde zijn arm om mijn schouders en samen keken we hoe ze de hoek om gingen en in de mistige avond verdwenen. Hij drukte mij zachtjes tegen zich aan. De regen viel als een mantel van smart en tranen op de verlaten straat neer.

 

11-01-09

318 * Peys & Dekoning

(318) Ilse Peys & Ivo Dekoning, De zaak van de verdwenen instrumentenman, Clavis,1996

 

‘Het wonder kan zich nu elk ogenblik voltrekken,’ zei hij gewichtig. Iedereen keek afwachtend naar de lucht die langzaamaan van kleur leek te veranderen. Eerst was hij nog zachtblauw, in overeenstemming met de gasten en met de wens van Mrs. Kindlight. Nu scheen hij doffer te worden. Het was alsof een schilder een potlood over de hemel uitgoot. Grijs werd grijsblauw. Grijsblauw liep over in staalblauw. Een vreemd, diep donkerblauw bleef uiteindelijk boosaardig boven hun hoofden hangen. Minnie hoorde dat iemand heel luid en diep inademde. Toen vielen de eerste druppels naar beneden. Niet zacht, maar brutaal, zonder een spoor van medeleven met de luchtig geklede gasten. Verschillende dames slaakten hoge gilletjes. Heel nabij klonk tromgeroffel. Een bliksemschicht maakte een hoekige bocht net boven hun hoofden. Het werd donkerder met de minuut. Minnie zag de gasten rondom haar wild rondrennen, op zoek naar een droge schuilplaats. ‘Imogen!’ riep ze. ‘Waar ben je?’ Er kwam geen antwoord. Iedereen gilde en vloekte door elkaar. Een rommelende donderslag barstte vlak boven hen uiteen. Enkele dames klemden zich vast aan de stam van de oude eik. ‘Weg!’ hoorde ze de weermaker met een dunne stem schreeuwen. ‘Weg van die boom!’

06-01-09

317 * Noens

(317) Ludo Noens, Brave poes, uit Schaduwbeelden, Hadewijch, 1986

 

Gert onderdrukte een geeuw en wendde de blik sloom naar het raam. Het was een sombere grijze februaridag, het regende reeds onophoudelijk sinds de vroege morgen.

02-01-09

316 * Theunissen

(316) Jeroen Theunissen, De onzichtbare, Meulenhoff, 2003

 

Nu, drie dagen later, ligt ze wezenloos in een verloskamer, komt haar door de regen verfrommelde echtgenoot binnen, met om zijn ringvinger het witgoud, met op zijn neus de halfafgepelde huid, met die onderdanige namaakblik van een Duitse herdershond.

01-01-09

SATISFICTION 09

Gedicht De vuile cinema in SCHAAMROOD, Torhout, jan 09

Columns in theatermagazine OpenDoek, Antwerpen, 09

Verhalen De Sneeuwgans en Een Vlaming op de maan bij uitgeverij die Keure, Brugge, 09

Gedicht Thuiskomen van een begrafenis, old skool in jubileumnummer WEL, Leuven, jan 09

Gedicht Schrijven naar Zweden (04) in Honderd zoenen, Lannoo, jan 09

Columns op Lerarenforum

Affichegedicht Uit eigen werk t.g.v. Gedichtendag, Knettervers, hogeschool Torhout, jan 09

Specialistendictee preselecties Df/Knack 14 feb 09: 87 %

Verhaal Sluis ! in Dietsche Warande, juni 09

Jeugdverhalen Tes lust geen vis en Eigen schuld, dikke bult! bij uitgeverij Delubas, Nl

Laureaat Canvas/Iets met boeken/Creatief schrijven met verhalen Cafépraat en Luchtmisdrijf

Gedicht Dood van Vijftigers in syllabus Nederlandstalige poëzie voor studenten neerlandistiek in Midden- en Oost-Europa, Boedapest, mei 09.

Verhaal Kop-en-schotel in Op Ruwe Planken (Nl), juni 09

Theaterthriller Hotel De Stervende Olifant, ALMO Antwerpen, juli 09

Theaterstuk Vee, ALMO Antwerpen, aug 09

Eenakter Zzoeff!!, geregistreerd bij IBVA Alkmaar NL, 09

Winnaar wedstrijd woordspelingen Weg van Woorden 09 met 'zinsverduistering' (wollig taalgebruik)

Dubbelgenomineerd als promotor van twee hogeschooleindwerken voor de eindronde van Innovation Awards 09 (NT2 Mol & Beer, Ine Algoet/Janneke Dusselier + Mijn derde hand, Lisa Soenens). Lisa wordt laureaat in de categorie Sociale zorg.

31-12-08

€€€ $$$ £££ %%%

{   Een stormachtig 2009 gewenst met gulle buien en malse regen   }

315 * Lauwaert

(315) Guido Lauwaert, Portretten van een gestoorde natuur, Houtekiet, 1989

 

Het is zondagnamiddag. De zon wisselt met de regen, sneller dan ik de pagina’s van m’n krant kan overschouwen.