07-04-09

334 * Boschmans

(334) Jan Boschmans, De woudloper, in Zeven rond de toren, VKL Kortrijk, 1984

 

We weten het, hij heeft een hekel aan dit benepen, overbevolkt landje met zijn kleine konijnenbosjes, zijn molshoopheuveltjes, zijn tamme, vuile riviertjes, zijn grauwe luchtjes, zijn lauwe temperatuurtjes, zijn … kleinzieligheid.

01-04-09

333 * Moragie

(333) Max Moragie, Dodemanschantage, Manteau, 2004

De nazomerse warmte had plaatsgemaakt voor een herfstachtige kilte. Een ferm onweer was de voorbode geweest van nog meer wind en regen. Van Ransbeek liet de ruitenwissers van de Oldsmobile op hun hoogste stand over de voorruit bewegen.

25-03-09

332 * Fonteyne

(332) Norbert Edgard Fonteyne, Kinderjaren (Twee mussen voor een penning), Orbis en Orion, 1981 – herdrukken uit de Zuid-Nederlandse letterkunde, KANTL Gent

 

En bij regendag of dooi sipsapten dakgoten ringsomheen, welluidend en grillig als een oud spinet. (…) Wanneer de regendagen ons binnenshuis hielden zaten we op een stoel geknield voor het raam, en met de neusjes tegen de ruit droomden we over de dorpsplaats heen.

 

(Noot: er deed zich een aardbeving in West-Vlaanderen voor tijdens de begrafenis van de jonggestorven N.E.F., anno 1938)

20-03-09

331 * Messely

(331) Frank Messely, Woodland, Houtekiet – Signature, 2001

 

Terwijl ik daar lag, luisterend naar het zwakke geklaag van de wind en het getik van ijskristallen tegen de ruiten, scheen alles me opeens onecht toe. De volgende dag bleef het onheilspellend grijs.

15-03-09

330 * Stevens

(330) René Stevens, Makarov, Gopher, 2006

 

Het regende pijpenstelen. De grijze schrale hemel keilde bakken water op de blank staande straten. (…) Hij staarde naar de regendruppels die knetterend uit elkaar spatten op het raam.

10-03-09

329 * Van Ryssel

(329) Daniël Van Ryssel, De charmes van dagelijksheid (Literair dagboek Gent 1976), Yang, 1978

 

Nog eens naar de regen kijken, de deur langzaam dichtduwen en in de keuken een kop Nescafé klaarmaken.

05-03-09

328 * Leroy

(328) J. Leroy, Karel de Blauwer, Schets uit het smokkelaarsleven, Lannoo, 1944

 

’t Is avond en pikdonker, de wind blaast geweldig uit het Westen. ’t Is waterkoud, en alles voorspelt slecht weder. Bij Karel Velde is de kaars ontstoken en Sofie zit met haar kinders om de kachel.

01-03-09

327 * Moerenhout

(327) Peter Moerenhout, De waarheid als bijgerecht, verhaal in De Brakke Hond 94, 2007

 

Kalm en nonchalant verruilde hij de warmte van de taxi voor miezerige regen. Hij wist van regen die het gezicht van mensen kuste, maar dat was niet wat de regen nu bij hem deed. Het was eerder likken. Lauw en lang.

23-02-09

326 * Vandewijer

(326) Ina Vandewijer, Witte pijn, Davidsfonds/Infodok, 2000

 

(Piqsiq, de storm). Er steekt een lage grondwind op, aangevoerd vanuit de ijsvelden over zee. De wind wervelt langs mijn benen naar omhoog en de opgewaaide sneeuw die hij meevoert, prikt in mijn gezicht. Wat gebeurt er? Heb ik een wolk wind aan flarden geschoten?

19-02-09

325 * Baccarne

(325) Robert Baccarne, De klok luidde voort, Davidsfonds, 1968

 

Dan schiet een windstoot door het geopende deurtje, flitst door het trapgat naar boven en verzwindt door de galmgaten. De tochtstroom sleurt een steekvlam mee en in een oogwenk laait de hele tas. De toren brandt!

10-02-09

324 * Houben

(324) Jos Houben, Kreoon, Standaard – Agathon, 1981

 

Er kwam ergens een spleet. Ik viel erin, en ik viel – en ik werd ‘wakker’. Het regende pijpestelen. Ik lag in de modder, in de nacht, onder de vingers van de bliksem.

04-02-09

323 * Thomas

(323) Frans Thomas, Droog, Continental Publishing, 1998

 

Het regent, maar wij zullen samen schuilen onder één jas, heel dicht bij elkaar door de straten lopen tot we een gezellig en rustig plekje vinden. Marie-Rose, laat mij om de liefde Gods nooit meer los!

31-01-09

322 * Guirlande

(322) Christina Guirlande, Niet dringen alsjeblieft, De Vries – Brouwers, 2004

De wind blaast de laatste blaadjes van de bomen. Hij zwiept de takken tegen elkaar. ‘Er zit iemand op onze schommel!’ roept Sofie. ‘Ik zie niemand’, zegt Bas. ‘De wind zit op de schommel’, legt Sofie uit. ‘En die kan je niet zien. Je ziet alleen wat hij doet.’ Bas doet mee met de wind. Woeps! omhoog. Woeps! omlaag. Heen en weer. De wind wordt maar niet moe. Bas wel.

25-01-09

321 * Vermeersch E

 

(321) Etienne Vermeersch, De ogen van de panda (Een milieufilosofisch essay), Van de Wiele & Stichting Leefmilieu vzw, 1988

 

Op een morgen in het begin van het regenseizoen, ongeveer 3,7 miljoen jaar geleden, liepen er twee individuen – een vader met zijn zoontje wellicht – in de buurt van de Sadimanvulkaan in het huidige Tanzania. Waar ze naartoe gingen, dat weten we niet. Wel weten we dat er enkele uren voordien een vulkaanuitbarsting was geweest die het hele gebied met een laag fijne as had bedekt. Daarna was het beginnen regenen en zo werden de voetsporen van het tweetal heel nauwkeurig afgedrukt. Onder de brandende middagzon (…)

22-01-09

320 * Assal

(320) Saber Assal, In de schaduw van de druppels (vertaling Guy Commerman), uit A l’Ombre des Gouttes, Cerisier, 2000

 

‘Want al achttien jaar reis ik heen en weer tussen Tanger en Amsterdam, tussen de zon en de regen, mijn moeder moet er nu om lachen; zij zegt dat ik in de schaduw van de druppels leef … ja, zo is het ongeveer, mijn moeder heeft zelden ongelijk.’

16-01-09

319 * Harpman

(319) Jacqueline Harpman, Het strand van Oostende (vertaling Eef Gratama & Jelle Noorman), Thoth, 1993

 

Ik huiverde even. Léopold stond naast me, hij legde zijn arm om mijn schouders en samen keken we hoe ze de hoek om gingen en in de mistige avond verdwenen. Hij drukte mij zachtjes tegen zich aan. De regen viel als een mantel van smart en tranen op de verlaten straat neer.

 

11-01-09

318 * Peys & Dekoning

(318) Ilse Peys & Ivo Dekoning, De zaak van de verdwenen instrumentenman, Clavis,1996

 

‘Het wonder kan zich nu elk ogenblik voltrekken,’ zei hij gewichtig. Iedereen keek afwachtend naar de lucht die langzaamaan van kleur leek te veranderen. Eerst was hij nog zachtblauw, in overeenstemming met de gasten en met de wens van Mrs. Kindlight. Nu scheen hij doffer te worden. Het was alsof een schilder een potlood over de hemel uitgoot. Grijs werd grijsblauw. Grijsblauw liep over in staalblauw. Een vreemd, diep donkerblauw bleef uiteindelijk boosaardig boven hun hoofden hangen. Minnie hoorde dat iemand heel luid en diep inademde. Toen vielen de eerste druppels naar beneden. Niet zacht, maar brutaal, zonder een spoor van medeleven met de luchtig geklede gasten. Verschillende dames slaakten hoge gilletjes. Heel nabij klonk tromgeroffel. Een bliksemschicht maakte een hoekige bocht net boven hun hoofden. Het werd donkerder met de minuut. Minnie zag de gasten rondom haar wild rondrennen, op zoek naar een droge schuilplaats. ‘Imogen!’ riep ze. ‘Waar ben je?’ Er kwam geen antwoord. Iedereen gilde en vloekte door elkaar. Een rommelende donderslag barstte vlak boven hen uiteen. Enkele dames klemden zich vast aan de stam van de oude eik. ‘Weg!’ hoorde ze de weermaker met een dunne stem schreeuwen. ‘Weg van die boom!’

06-01-09

317 * Noens

(317) Ludo Noens, Brave poes, uit Schaduwbeelden, Hadewijch, 1986

 

Gert onderdrukte een geeuw en wendde de blik sloom naar het raam. Het was een sombere grijze februaridag, het regende reeds onophoudelijk sinds de vroege morgen.

02-01-09

316 * Theunissen

(316) Jeroen Theunissen, De onzichtbare, Meulenhoff, 2003

 

Nu, drie dagen later, ligt ze wezenloos in een verloskamer, komt haar door de regen verfrommelde echtgenoot binnen, met om zijn ringvinger het witgoud, met op zijn neus de halfafgepelde huid, met die onderdanige namaakblik van een Duitse herdershond.

01-01-09

SATISFICTION 09

Gedicht De vuile cinema in SCHAAMROOD, Torhout, jan 09

Columns in theatermagazine OpenDoek, Antwerpen, 09

Verhalen De Sneeuwgans en Een Vlaming op de maan bij uitgeverij die Keure, Brugge, 09

Gedicht Thuiskomen van een begrafenis, old skool in jubileumnummer WEL, Leuven, jan 09

Gedicht Schrijven naar Zweden (04) in Honderd zoenen, Lannoo, jan 09

Columns op Lerarenforum

Affichegedicht Uit eigen werk t.g.v. Gedichtendag, Knettervers, hogeschool Torhout, jan 09

Specialistendictee preselecties Df/Knack 14 feb 09: 87 %

Verhaal Sluis ! in Dietsche Warande, juni 09

Jeugdverhalen Tes lust geen vis en Eigen schuld, dikke bult! bij uitgeverij Delubas, Nl

Laureaat Canvas/Iets met boeken/Creatief schrijven met verhalen Cafépraat en Luchtmisdrijf

Gedicht Dood van Vijftigers in syllabus Nederlandstalige poëzie voor studenten neerlandistiek in Midden- en Oost-Europa, Boedapest, mei 09.

Verhaal Kop-en-schotel in Op Ruwe Planken (Nl), juni 09

Theaterthriller Hotel De Stervende Olifant, ALMO Antwerpen, juli 09

Theaterstuk Vee, ALMO Antwerpen, aug 09

Eenakter Zzoeff!!, geregistreerd bij IBVA Alkmaar NL, 09

Winnaar wedstrijd woordspelingen Weg van Woorden 09 met 'zinsverduistering' (wollig taalgebruik)

Dubbelgenomineerd als promotor van twee hogeschooleindwerken voor de eindronde van Innovation Awards 09 (NT2 Mol & Beer, Ine Algoet/Janneke Dusselier + Mijn derde hand, Lisa Soenens). Lisa wordt laureaat in de categorie Sociale zorg.

31-12-08

€€€ $$$ £££ %%%

{   Een stormachtig 2009 gewenst met gulle buien en malse regen   }

315 * Lauwaert

(315) Guido Lauwaert, Portretten van een gestoorde natuur, Houtekiet, 1989

 

Het is zondagnamiddag. De zon wisselt met de regen, sneller dan ik de pagina’s van m’n krant kan overschouwen.

27-12-08

314 * Jagermeester

(314) Maarten Jagermeester, Het Cosmeticaschandaal, Standaard, 1995

 

Thomas verveelde zich. De grote vakantie liep ten einde en het weer was droefgeestig. Het regende al enkele dagen pijpenstelen zodat de jaarlijkse kermis er verwaterd bij stond op het marktplein.

22-12-08

313 * Sonck

(313) Koen Sonck, Blue Rose, Houtekiet/de Prom, 1998

 

Het uiteinde van haar sigaret flakkert rood op. Ze werpt haar hoofd achterover en blaast na enkele seconden de rook in één zuchtende ademstoot de hoogte in. ‘Dit is toch gewoon waanzinnig,’ zegt ze zacht en huivert. De kruinen van de bomen buigen krakend onder de alsmaar sterker opzettende wind. Ik strijk m’n haar uit m’n gezicht.

16-12-08

312 * Petry

(312) Yves Petry, Het jaar van de man, De Bezige Bij, 1999

 

In Humburg, Noordwest-Europa, was eindelijk, aan het einde van een vriendelijke oktobermaand, de herfst met razend vertoon komen binnenvaren. Het regende. Het hield maar aan. Het waaide. De wind blies menig kapsel op. (…) Gisteren was de wind beginnen aan te trekken en wervelende witte wolkenmassa’s drongen op naar het oosten. En vanmorgen werd deze grillige schare opgevolgd door een opeengepakte grijsheid vol purperen builen die over heel haar lengte en breedte neerkletterde op alles wat zich buiten waagde. Een verpletterend leger dook op uit de zee om over het land de hegemonie van het water te vestigen, elke druppel een soldaat. Het nauwste spleetje werd nat. Een woedende zondvloed wurmde zich in alle kieren, boorde zich de stenen in, spoelde het stof uit alle gaatjes. Alles werd besproeid tot op de naad. De aarde werd verkracht. Ondersteboven gespat kotste ze modder uit, en gras, en haar laatste bloemen. De mensen leken voor de helft ziek in bed te liggen, zo verlaten waren de meeste straten, en de andere helft, ingepakt tegen de wolkenvloed en opgejaagd door watervrees, stond schijnbaar op het punt van instorten.

10-12-08

311 * Elpers

(311) Noëlla Elpers, Geheimen van de wijde zee, Van Goor, 2003

 

Buiten rolde de donder gevaarlijk over de stad en regen en hagel striemden in felle vlagen tegen de ruiten. (…) Het onweer veegde de kleuren weg. Alles werd groengrijs: de zee, de lucht, de aarde. Alleen als het bliksemde, kleurde de hemel een ogenblik elektrisch blauw. De donder gromde als een gevaarlijk dier. ‘Thor rijdt met zijn strijdwagen over de wolken,’ zei Olaf Olafsson die achter Jonathan stond, ‘en als het bliksemt gooit hij zijn machtige hamer Mjöllnir door de lucht.’ ‘Wij zeggen altijd dat de duivel met zijn kruiwagen over de keien rijdt,’ zei Jonathan.

06-12-08

310 * Kimpen

(310) Geert Kimpen, De kabbalist, De Arbeiderspers, 2006

 

Op heldere avonden kon je met het blote oog het graf van Sjimon Bar Jochaj zien. Maar nu was de top van de berg in inktblauwe wolken gehuld. Na deze laffe zomerdag werd het al snel onheilspellend donker. De wind die de bomen tot een vroom buigen dwong, kondigde een flink onweer aan.

02-12-08

309 * Terrin

(309) Peter Terrin, Blanco, De Arbeiderspers, 2003

Helena werd begraven de dag na Allerzielen. Veel mensen die met het stormweer van de voorbije hoogdagen thuis waren gebleven, droegen vandaag hun gele en witte chrysantbollen aan.

308 * Vandenbroucke C

(308) Chris Vandenbroucke, Een stapje in de wereld (Reisverhalen), Groeninghe, 2002

Een miezerige, druilerige regen had mij tijdens mijn allereerste half uur op Aziatische bodem verwelkomd en liet diepe plassen na in de Pettah, de bazaarwijk van Colombo. (…) Ik stond moederziel alleen in Sri Lanka te midden een wriemelende massa vuilwit geklede autochtonen die minder verbaasd dan ik opkeken toen van uit de dreigend zwarte hemel het islamitische ochtendgebed met teveel decibels werd verkondigd.

28-11-08

307 * Vanderstraeten C

(307) Cecile Vanderstraeten, Een knagend gevoel, De Clauwaert, 1991

Die avond brak er een onweer los van dagen opgestapeld geweld. Bliksem en donder gingen als razenden tekeer. De regen pletste met volle emmers neer op de tuin, op de ruiten van de woonkamer. De hitte werd uit de natuur en uit mij weggespoeld.