12-09-09

363 * Inghelram

(363) Daan Inghelram, De boskanter, Davidsfonds, 1947

 

De buien waaiden over het land, de bomen zwiepten in avondlijke eenzaamheid, of de sneeuw lag tegen de gevels hoog opgewaaid, zodat men binnen soms de fijne ritseling er van hoorde tegen de deur. 

04-09-09

362 * Loveling V

(362) Virginie Loveling, Sophie, Liberaal archief, 1999 (1884)

 

Op de dag van de eerste communie was het enigszins buiig in de morgen; er vloog zelfs sneeuw, als de kinderen gereed stonden om naar de kerk te gaan. De wind blies scherp door hun dunne kleedjes.

01-09-09

361 * Boschvogel

(361) Frans Ramon Boschvogel, Zandstuivers (vier Houtlandsche novellen), Lannoo, 1945

 

Zuster Marie vocht met haar korten asem tegen den nijdigen Bamiswind. Haar nonnenrokken waaiden breed open. Die razende wind, en haar jagend hart …

29-08-09

360 * Courtmans

(360) J. Courtmans-Berchmans, Mietje Haneman (Uit liefde getrouwd), L. Opdebeek, 1954

 

Cornelis vond de ganse molenaarsfamilie thuis, want de molen stond stil, het waaide niet.

22-08-09

359 * Snieders

(359) Renier Snieders, Zonder God, Davidsfonds, 1935 (1885)

 

In de maand Juni, wanneer de eerste zonnehitte ons die schoone, heldere dagen aanbrengt, komen ook de akelige onweders met hun bliksem, donder, wind en hagelslag. Op een namiddag, toen heel het dorp met zijn kerk en toren, huizen, stallen en schuren, met zijn zware lindeboomen, van al dat gekraak en gedruisch in de lucht, als kinderspeelgoed, op den grond hadden staan dansen, viel de bliksem op het huis van Symen Starbb.

15-08-09

358 * Stijns

(358) Reimond Stijns, Hard labeur, Publiboek Baart, 1984 (1904)

 

De hemel was overtrokken met besmeurde wolkenlappen, die voortdurend over en door elkaar al lager en lager zonken; fijne regendruppels doorstippelden de lucht en in het somber miezelweer tekenden sommige geveltjes zich kalkwit af in de twee rijen stille huizekens.

10-08-09

357 * Timmermans L

(357) Lia Timmermans, Sabine Mardagas, Standaard, 1980

 

Alle dagen waren even grijs. Lage gesloten luchten dekten de stad nu helemaal toe. Het regende zonder ophouden, traag en stil.

07-08-09

DRAMA

 
10-08-2007
Gebruik deze link als u rechtstreeks dit artikel wilt bookmarken of linken...Dramatisch nieuws
 
Ik neem de vrijheid u en uw gezelschap enkele van mijn theaterstukken onder uw welwillende aandacht te brengen. Zowel Toneelfonds J. Janssens (Borgerhout) als Theaterburo Almo (Antwerpen) publiceerden mijn dramatisch werk. Mocht u eventueel interesse hebben i.v.m. opvoering, dan moeten de scripten bij deze literaire agenten opgevraagd worden.

 

EEN EENHOORN IN JE TUIN (J. Janssens, 1996): jeugdtheater voor kinderen, door kinderen en desgewenst volwassenen. Meerdere rollen mogelijk, o.a. een hele klas. Thema: fantasie. Avondvullend. 

THUIS HEBBEN WE GEEN TREIN (J. Janssens, 1998): avondvullende monoloog. Aan het woord is een geprepensioneerde treinconducteur. Thema: station, treinen, reizen. Meerkeuzemogelijkheden voor het slot. Genre: hilarische komedie. 

DODE ADDER (Almo, 2000): bekroond met de Nestor de Tière Toneelprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent en met de Premie Theaterschrijfprijs Provincie West-Vlaanderen. Avondvullende dialoog voor 2 mannen of vrouwen en een zwarte vogel (raaf). Een ironisch sollicitatiespel dat uitmondt in rolomkering en moord. Genre: wrang-ironische komedie.  

HIEP HIEP HYPO! (J. Janssens, 2002): eenakter voor een 10-tal personages. Een man koestert zelfmoordplannen en gaat daarom een laatste keer shoppen in het warenhuis. Hij ontmoet er overledenen die hem tot andere gedachten proberen te brengen. Thema: zwaarmoedigheid. Genre: komedie. 

DE BIERKAAI (Almo, 2002): avondvullend volksstuk in 14 staties met een ‘catering’-einde, zich afspelend in een randstedelijk stamcafé. Een 20-tal rollen, verwisselbaar (m/v). Graag ook een hond. Diverse thema’s. Genre: komedie. 

DRIE MINIMONOLOGEN (J. Janssens, 2003 & IBVA Alkmaar, Vink, NL, 2009): duur van elke monoloog is een halfuur. ALS HET HERT SPREEKT: een jachttrofee-met-gewei aan een cafémuur lucht zijn hart. MAMA: een zoon lucht zijn hart over zijn vrouwelijke ouder. ROLEX: een bedrogen minnares lucht haar hart over haar ex-geliefde. 

ZEG, LUISTER JE NOG? (Almo, 2004): een veertigtal korte sketches in dialoogvorm. Genre: absurd, laconiek, ironisch. 

’T PARADIJS, EEN GRENSGEVAL (Almo, 2007/08): een volksstuk in opdracht, geschreven voor de bewoners van de grenswijk ’t Paradijs/Rekkem, waarin de typische grensproblematiek wordt geëvoceerd, o.a. de smokkel. In 2008 wordt dit volksstuk opgevoerd ter plekke. 

DAMIAAN, MIJN DING (2007/08): een jeugdtheaterstuk in opdracht van Damiaanactie en Revinzeschool Torhout. Eerste opvoering juni 08.  

ZZOEF!! (IBVA Alkmaar, Vink, NL, 2009): eenakter in 12 taferelen over de snelheid van het leven. Combinatie ernst & humor. Verwisselbare rollen (5 à 6 duo's).

HOTEL DE STERVENDE OLIFANT (Almo, 2009): een avondvullende theaterthriller met bloeddoping in de wielrennerij als thema. 15-tal rollen; 3 decors.

VEE (Almo, 2009): komisch stuk over teambuilding, groepsdynamiek en zwak leiderschap. 11-tal rollen; 3 decors. Duur: 80 min.

APPELEN (2010): een kijk- en hoorspel dat door actrice Bianca Vanhaverbeke bewerkt wordt om door kinderen gespeeld te worden.

ZIJN ALLE ZWANEN WIT? (J.Janssens, 2010): absurde eenakter, duur drie kwartier, twee rollen.

MEERVOUD (M/V) (J.Janssens, 2010): spektakelstuk voor twee rollen (desgewenst zes) op en rond een dubbele schommel, waarin Fred & Ginger, Julius & Cleo en Dolf & Eva op hun leven op aarde reflecteren. Duur: 90 minuten. Dans- en zangscènes mogelijk.

Hopelijk eens tot in de zaal of op de planken (en niet ertussen): 

JORIS DENOO

www.jorisdenoo.be 

05-08-09

356 * Sabbe

(356) Maurits Sabbe, De filosoof van ’t sashuis, De Magneet, 1943

 

Buiten lag alles in den lichtgloed van den warmen laatzomer, doch een nessche schaduwkoelte woei van over het Minnewater zijn kamertje binnen als een streeling en deed hem wonnig aan.

30-07-09

355 * Van Cauwelaert

(355) August Van Cauwelaert, Harry, P.N. Van Kampen, z.j.

 

Maar de hemel blijft roerig; de maan rijdt door de wolken. De wind houdt aan; maar Harry voelt een klammigheid op zijn voorhoofd en in zijn hals.

22-07-09

354 * Van Wijnendaele

(354) Karel Van Wijnendaele, Het rijke Vlaamsche wielerleven, Snoeck-Ducaju, 1943

 

Want de wind blies nu zoo ongenadig en onverbiddelijk van uit tegenovergestelde richting, dat al wie zijn kop dierf steken buiten het venster van zijn groep, lijk den adem afgesneden werd.

18-07-09

353 * Langenus J

(353) John Langenus, Fluitend door de wereld (Herinneringen en reisindrukken van een voetbalscheidsrechter), Snoeck-Ducaju, 1942

 

In het Taunusgebergte, tegen den avond aan, kwam er een onweer het spel bederven. Een wolkbreuk bijna, en donder en bliksem! Al wat ge niet hebben moet. Het slijk spatte ons tot in het aangezicht.

13-07-09

352 * Thiry

(352) Antoon Thiry, Het schoone jaar van Carolus, Wereldbibliotheek, 1920

 

Van rond Lichtmis had een breede, warme wind de verten opengevaagd. Overal sloegen de molens blijde kruisen.

08-07-09

351 * Leroy A

(351) Antoon Leroy, De ogen van de nacht, Snoeck-Ducaju, 1991

 

Zijn dolle bezetenheid leek vaak op een bliksemschicht, een windhoos of een zonnesteek. Ze duurde niet lang.

01-07-09

350 * Van der Sande

(350) Juliaan van der Sande, Wee u, Jeruzalem, Davidsfonds, 1967

 

Moedig togen de tuchtvolle soldaten onder de brandende zon aan de arbeid. De joden stonden hen inmiddels vanop de vestingmuren te bespotten. ‘Werk maar flink door,’ riepen zij die Latijn konden spreken. ‘Jahweh zal je werk in de regentijd wel onderstoppen.’

25-06-09

349 * Dering

(349) J. Dering, Het land van de rode bizon, Davidsfonds, 1968

 

Het land was stil. Alleen de suizelende wind deed zich horen in het gebladerte van de eiken, in de takken van de bloeiende struiken en langs de kale rotswanden.

21-06-09

348 * Wegener

(348) Gerda Wegener-Penning, Louise, Pandora, z.j.

 

Louise Van De Populiere, echtgenote Stuyck, werd begraven in de lente. Als de zon schijnt en de wind koud blaast.

16-06-09

347 * Matthijs

(347) Marcel Matthijs, De kleine pardon, De Clauwaert, 1954

 

Het kwam niet in mij op, dat het maar de natuurelementen waren, een onweer, een donderbui, ik bedoel, notaris, een van die orkanen die elke zomer minstens een paar keer opsteken in de vallei van het Franse Noorden en zich ontladen op het hoger gelegen Vicieux met een lawaai als van een vechtende legertros.

11-06-09

346 * Lambert

(346) Line Lambert, 1920 of de hapering der dagen, Soethoudt, 1983

 

De seizoenen van de twintigerjaren waren meteorologisch betrouwbaar. De lentewinden stegen op in februari en nooit vroeger dan vijftien oktober waaide de herfststorm om het fruit van de bomen te schudden. De zomerdagen waren getrouw volwarm. Harde winters! Dagenlang opake lucht, ijsgang zonder dooi.

06-06-09

345 * de Pillecijn J

(345) Jef de Pillecyn, In de mist, Kofschip-Kring, 1983

 

… terwijl ik overdacht hoe het vroeger te St. Niklaas was, waar de speelplaats herschapen werd in een modderpoel na een volle regendag, zodat de hele bende gedwongen was tot een rondgang langsheen de muur van de ingebouwde binnenplaats; want stilstaan mocht niet, wij moesten zoals gevangenen rondlopen, maar praten mochten we wel.

01-06-09

344 * Mets

(344) Leo Mets, Oude bordeaux op volle kracht, De Clauwaert, 1985

 

Eric Coveliers betrok de verdieping boven een café in de Schildersstraat. Gezinslid: een kat, Piet. Terwijl hij zijn pistool in de schouderholster stak en zijn regenjas aantrok, dacht hij: Ik moet vanavond de gootsteen schrobben, de luchtjes komen eraf.

26-05-09

343 * Hauspie

(343) Maurice Hauspie, ‘De Wachter van Katadzjoeta’, Dilbeekse Cahiers, 1989

 

Toen zag ze wat Glans bedoelde. In het zuiden had de wind een wentelende zuil zo hoog als Oeloeroe zelf gevormd, waarin stof en grassen werden meegevoerd. Beneden zich zag ze hoe grote graspollen werden losgerukt en meegesleurd.

20-05-09

342 * K.

(342) Brigitte K., Nachtuil. Dagboek van een heroïnehoer, EPO, 1995

 

6 november

 

Een ontzettende storm gehad. Simon kwam me doodleuk vertellen dat hij zomaar eventjes een paar keer met Gisela – klerewijf – naar bed was geweest. En ook nog allebei de keren terwijl ik bezig was in regen, wind en bittere kou ons geld te verdienen.

15-05-09

341 * Dendooven

 

(341) Lucien Dendooven, De helle dageraad, De Clauwaert, 1963

 

Op een herfstdag zag hij voor het eerst Parijs. (…) De regen deed de auto’s glimmen.

09-05-09

340 * Herberigs

(340) Robert Herberigs, Pasterke Candeels, De magneet, z.j.

 

De herfst heeft volop ingezet vandage. ’t Regent bij geheele aalstukken en er buischt ‘ne wildeman van ’n wind, die de blâren van de boomen snukt en tegen de ruiten van mijn eetplaatse doet plakken.

02-05-09

339 * Boni

(339) Armand Boni, Abelard en Heloise. (Het verhaal van mijn ongelukken), Standaard, 1980

 

Op een druilerige avond zat ik bij kaarslicht over Augustinus gebogen en mediteerde aan de hand van zijn werk over de zonde en de zondestraf.

28-04-09

338 * Coolen

(338) Robert H. Coolen, De tas gevuld met waanzin, De Clauwaert, 1960

 

Foccart stapt uit zijn wagen, sluit hem af. De regen slaat hem in het gezicht. Het licht van de neonlampen silhouetteert zijn zware gestalte. Hij duwt de tochtdeur van de verlichte vestibule open, treedt binnen. ‘Smerig weer. Asjeblieft.’ De gegalonneerde portier vangt de druipende regenjas.

22-04-09

337 * Claes-Vetter

(337) Stephanie Claes-Vetter, Angst, De Clauwaert, 1960

 

Daar waren hele drommen kleine dieren, muizen en ratten, en uilen en apen, die dansten rondom haar heen en schaterden als duivels. Ze trokken aan het haar, aan de vingers, aan de tenen, ze grepen haar vast en bonden haar op een rad, dat haar verpletterde. De donder ratelde, de bliksem flikkerde, de kleine duivels lachten en krijsten en sprongen op, en om, en over haar heen.

16-04-09

336 * Matthysen

(336) Hugo Matthysen, Boer en bond, in Humo 27/3487, 03 juli 2007

 

Rochelend floot de wind tussen de pannen en de regen tempeestte de ruiten met doorzopen getrommel. Naargeestig was het in de keuken. Het wijf lag ziek te bed, en boerken Kevin keek door het raam, zich afvragend waarom hij dat eigenlijk deed.

12-04-09

335 * Walschap J

(335) Jacques Walschap, Mirjam, in Zeven rond de toren, VKL Kortrijk, 1984

 

Het afscheid is verward. De meesten zijn wat in de wind.