25-06-10

26: Dexter

(26) Colin Dexter, De doden van Jericho (Toby Visser), Centerboek, 1992

Het had de hele dag met tussenpozen geregend en dikke druppels kletsten tegen zijn voorruit terwijl hij de verlaten straat inreed en rondkeek naar een parkeerplaats. Mmm, moeilijk.

17-06-10

25: Brontë E

(25) Emily Brontë, Woeste hoogten (K. Luberti), Het Spectrum, 1969

Omstreeks middernacht, terwijl we nog op zaten, kwam er een woedende vlaag over Woeste Hoogten, terwijl het hevig bliksemde, en een van die twee spleet een boom die op een hoek bij het huis stond: een grote tak viel op het dak en vernielde een deel van de schoorsteen, waardoor met veel geraas een hoeveelheid stenen en roet naar beneden kwam en in het haardvuur viel.

08-06-10

24: Murdoch

(24) Iris Murdoch, De eenhoorn (N. Funke-Bordewijk), Contact/Skarabee, 1982

In vrees voor het huis liep ze naar het grote raam op de overloop. De regen lekte door het gesloten raam naar binnen en vormde plassen op de vloer. Ze keek naar de geelachtige, door de regen gegeselde tuin en met een schok ontwaarde ze een gestalte die naast een der zalmvijvers stond. Toen zag ze dat het Denis was. Maar het volstrekt alleen zijn daar in de regen en zijn snelle overplaatsing vanuit het huis naar de tuin verleenden hem iets griezeligs.

01-06-10

23: Capote

(23) Truman Capote, De grasharp/Een nachtboom (Joop van Helmond), De Arbeiderspers, 1984

Aan de voet van de heuvel ligt een veld waar hoog maïsgras groeit dat met de seizoenen van kleur verandert: ga maar eens kijken in het najaar, eind september, dan wordt het rood als een zonsondergang en strijken er vurige dieprode schaduwen overheen en tokkelt de herfstwind uit de droge bladeren een zuchtende, menselijke muziek, een harp van stemmen.

26-05-10

22: Malaparte

(22) Curzio Malaparte, De huid (P.Petersen), Manteau, 1982

Tegen het aanbreken van de dag begon de zwarte wind te waaien en doornat van het zweet stond ik op. In mijn slaap had ik zijn sombere, droevige stem herkend. (…) Zo als een blinde, die tastend voortloopt en met vooruitgestoken handen langs de voorwerpen strijkt, ziet de zwarte wind niet waar hij gaat, en nu eens raakt hij een muur, dan weer een tak, een andere keer een menselijk gezicht, een oever of een berg en in de lucht en op de dingen laat hij de zwarte afdruk van zijn lichte aanraking achter.

19-05-10

21: Márquez

(21) Gabriel Garcia Márquez, Ontvoeringsbericht (Arie van der Wal), Meulenhoff, 1996

De avond was ijzig koud en de wind huilde door de bomen als een roedel wolven, maar zij interpreteerde dit als een voorteken voor betere tijden.

12-05-10

20: Rushdie

(20) Salman Rushdie, De duivelsverzen (Marijke Emeis), Veen, 1989

Het landschap van zijn poëzie was nog altijd de woestijn, de zich verplaatsende duinen met van de toppen waaiende pluimen wit zand. Zachte bergen, onvoltooide reizen, het tijdelijke karakter van een tent. Hoe bracht je een landschap in kaart dat elke dag verwaaide tot een nieuwe vorm?

04-05-10

19: Zweig

(19) Stefan Zweig, Een schaak-novelle (Paul Huf), Keesing, z.j.

‘Remise.’ Er heerste een ogenblik van volkomen stilte. Plotseling hoorde men de golven bruisen en de radio van de salon uit de kamer binnen-jazzen, iedere stap op het promenadedek werd hoorbaar evenals zelfs het zachte en fijne suizelen van de wind door de kieren van de ramen.

26-04-10

18: Pasternak

(18) Boris Pasternak, Dokter Zjivago (Nico Scheepmaker), Bruna, 1961

Joeri Andrejevitsj sloeg enkele keren een hoek om, en was de tel al kwijt geraakt, toen de sneeuw plotseling heel dicht begon te vallen en er een ware sneeuwstorm losbrak, zo’n sneeuwstorm, die zich in het open veld jankend over de aarde uitspreidt, maar in de nauwe sloppen van de stad als een opgejaagde om zich heen slaat. (…) De sneeuwstorm sloeg de dokter in diens ogen en bedekte de gedrukte krantenregels met een grijze en ritselende sneeuwpap.

17-04-10

17: Joyce

(17) James Joyce, Ulysses (John Vandenbergh), De Bezige Bij, 1980

Maar zoals voor de bliksem de aaneengesloten onweerswolken, zwaar van hun buitensporige overlading aan vocht, een uitgezette massa, gezwollen en gerekt, aarde en hemel omvatten in een algehele sluimer, hangend boven versmachtende velden en dommelige ossen en verzengd struikgewas en lover tot in een enkel ogenblik een bliksemstraal hun midden uiteenrijt en met de weerkaatsing van de donder de wolkbreuk haar stromen uitgiet, zo en niet anderszins was de verandering, heftig en onmiddellijk, na het uitspreken van het Woord.

10-04-10

16: Allende

(16) Isabel Allende, Het huis met de geesten (Saskia Otter), Wereldbibliotheek, 1985

Ik moet op een zwarte vogelverschrikker geleken hebben met mijn in de wind wapperende rokkostuum, groot en mager was ik toen, voor ik begon te krimpen zoals Férula dat voorspeld had. De hemel was grijs en het zag ernaar uit dat het zou gaan regenen.

04-04-10

15: Vassalli

(15) Sebastiano Vassalli, De heksenschim (Annegret Böttner), Wereldbibliotheek, 1992

Daar, te midden van de huisjes, kwam je ook herders tegen die sprekend op de goede herder op de oudste christelijke schilderingen leken, met Romeinse sandalen aan hun voeten en een schaap op hun schouders, en overal waaide wel een briesje dat je prikkelde, stimuleerde, waardoor je je prettig en op je gemak voelde: de ponentino, de westenwind!

29-03-10

14: Mendoza

(14) Eduardo Mendoza, De stad der wonderen (Francine Mendelaar & Harriet Peteri), Arena, 1988

Het was een gure winteravond: de wind deed de regen tegen de ruiten kletteren. Zoals gewoonlijk had hij zich teruggetrokken in de bibliotheek. In de open haard brandden houtblokken: door het licht van de vlammen werd de schaduw van de markies, die bij het vuur was komen staan om zijn verkleumde botten te warmen, gigantisch.

22-03-10

13: London

(13) Jack London, De kruistocht van de ‘Snark’, Erasmus, z.j.

‘Stel je eens voor,’ zei ik dan tegen Charmian, ‘een storm op de Chineesche kust, en de ‘Snark’ bijgedraaid, met dien prachtigen boeg die recht in den storm bijt. Geen druppel zal er over dien boeg komen. Ons bootje zal zoo droog als een kurk zijn, en wij zullen met z’n allen beneden whist zitten spelen, terwijl de storm over ons heen giert.

16-03-10

12: McCarthy

(12) Cormac McCarthy, Kind van God (Guido Golüke), De Arbeiderspers, 1994

Toen hij weer de weg op liep, was het gaan waaien. Er sloeg ergens een deur, een spookachtig geluid in het lege bos. Hoog boven in de toren ging een deur piepend open en knalde weer dicht. Ballard keek om zich heen. Stukken golfplaat rammelden en bonkten in de wind en van het kale erf rond de loods van de steengroeve kwam een witte stofwolk aanwaaien.

08-03-10

11: Dickens

(11) Charles Dickens, Schetsen van Boz (J.A. De Groot-Brantjes), Het Spectrum, z.j.

Het geluid van houten tripschoenen, het geruis van paraplu’s en het rammelen van de winkelluiken door de wind leggen getuigenis af van het gure weer. De politieagent, met zijn oliejas tot zijn kin toegeknoopt, draait zich om, teneinde een wind-vlaag te ontgaan die hem de regen in het gezicht jaagt, en kan zichzelf niet bepaald gelukwensen met het vooruitzicht hier nog lang op post te staan.

03-03-10

10: Oë

(10) Kenzaburo Oë, Zijn ze plotseling hun mond verloren?, uit De hoogmoedige doden (Noriko & Pim de Vroomen), Meulenhoff, 1973

Opeens ging de zon onder. De bergen die het dal omringden werden donker. De wind kwam opzetten en rukte aan het gras onder de kastanjebomen. De schemering viel.

26-02-10

09: Potok

(09) Chaim Potok, De belofte (Peter Sollet & Ed de Moel), BZZTôH, 1989

In de eerste week van juni eindigde het voorjaarsweer ineens met een verzengende hittegolf. In die gloeiende hitte liepen de Chassidiem in de Lee Avenue flink te zweten in hun donkere kleren, maar in mijn blok wierpen de platanen hun schaduw op de straat en ’s avonds waaide het en kon ik door het open raam van mijn kamer de wind door de bladeren horen blazen.

19-02-10

08: Mann

(08) Thomas Mann, De dood in Venetië (Lotus Antwerpen), Allert de Lange, 1981

Een lauwe stormwind was opgestoken; het regende zelden en dan nog maar een paar druppels, maar de lucht was vochtig, zwaar en vervuld van rottingsdampen. Gefladder, gekletter en gesuis omgaf het gehoor, en de man koortsachtig warm onder de laag schmink, kreeg het gevoel dat een kwaadaardig soort windgeesten in de ruimte waarde. (…) Warme windvlagen voerden bij tijd en wijle een lucht van carbol aan.

14-02-10

07: Galeano

(07) Eduardo Galeano, As, uit Vagamundo (Dick Bloemraad), Van Gennep, 1987

Midden op de dag werd het plotseling nacht. De storm van Santa Rosa stond op het punt los te barsten. De krekels, zeer onrustig, kondigden vanaf de daken regen aan.

07-02-10

06: Steinbeck

(06) John Steinbeck, De druiven der gramschap (Alice Schrijver), Van Holkema & Wahrendorf, 1975

Op een nacht maakte de wind een dakspaan los en slingerde hem op de grond. De volgende wind blies in het gat, waar de dakspaan geweest was, tilde er drie uit, en de volgende wind een dozijn. (…) En in de winderige nachten sloegen de deuren en de in flarden hangende gordijnen wapperden achter de gebroken ruiten.

01-02-10

05: Bosquet

(05) Alain Bosquet, Mijn Russische moeder (Bob van Laerhoven & Son Tyberg), D.A.P. Reinaert, 1979

Het was koud, de Parijse wind had dat grijze van verlepte herfsten en zwierf tussen het roest en de wolken die zich als halfdronken varkens daarboven in de hemelse vaagheid verdrongen. (…) En daar, op dat natte trottoir, had ik zin om een gestolen vrucht uit een uitstalkast onder mijn hiel te verpletteren: een sinaasappel, een rachitische appel, een idiote banaan.

24-01-10

04: Tartt

(04) Donna Tartt, De verborgen geschiedenis (Barbara De Lange), Anthos, 1993

Rond Allerheiligen verwelkten de laatste, weerbarstige wilde bloemen en kwam een bijtende, stormachtige wind opzetten, die regens van gele bladeren over het grijze, gerimpelde oppervlak van het meer blies. Op die kille middagen met een lucht als lood en voortjagende wolken bleven we in de bibliotheek, waar we een groot vuur aanlegden om het warm te krijgen. Kale wilgen tikten als de vingers van een geraamte tegen de ruiten.

Het was een gezellige avond, een gelukkige avond; brandende lampen, schittering van glazen, regen die op het dak roffelde. Buiten slingerden en schudden de boomtoppen met een schuimig ruisen als het borrelende spuitwater in een glas. De ramen stonden open en een vochtige, koele wind wervelde in de gordijnen, betoverend wild en geurig.

16-01-10

03: Nabokov

(03) Vladimir Nabokov, Lolita (M. Coutinho), Omega Boek B.V., 1955

Drie passen lopen, drie passen hollen. Een lauwe regen begon te roffelen op de kastanjebladeren. Bij de hoek stond een vage jongeling Lolita tegen een ijzeren hek te drukken en te kussen – nee, ze was het niet, vergissing.

11-01-10

02: Gogol

(02) Gogol, De lotgevallen van Tsjitsjikow of Dode zielen (Charles B. Timmer), G.A. van Oorschot, 1965

De hemel was geheel met zwarte wolken bedekt en de stoffige postweg met regendruppels bespat. Toen ratelde een tweede donderslag, luider en dichterbij dan de eerste en het begon plotseling te stortregenen. Eerst striemden de schuin vallende regenstralen de ene flank van de wagen, toen de andere, daarna namen ze weer een andere richting aan en de regen plenste nu loodrecht omlaag en trommelde op het dak.

06-01-10

01: Zafón

(01) Carlos Ruiz Zafón, De schaduw van de wind (Nelleke Geel), Signature, 2005

Een wolkenmuur waar elektrische vonken in knetterden kwam aanstormen vanaf zee. (…) Ik keek omhoog en zag dat het noodweer zich als zwarte bloedvlekken tussen de wolken verspreidde, de maan onzichtbaar maakte en een mantel van duisternis over de daken en gevels van de stad legde. (…) Een donderslag ontlaadde zich vlakbij en ik voelde de grond onder mijn voeten trillen. De zwakke hartslag van de elektrische verlichting die vaagjes de contouren van gevels en ramen had getekend, verdween een paar seconden later. Op de ondergelopen trottoirs knipperden de straatlantaarns en doofden toen uit als kaarsvlammetjes in de wind.

BBB: intro

 

Boze Buien in het Buitenland

 

Opgedragen aan Hin-mah-too-yah-lat-kekt, (Chief Joseph), of: In-de-bergen-rollende-donder, een indiaan

 

Na België in een Boze Bui (ook op dit Satisfiction Skynetblog Gejaagd door de wind), opgedragen aan Slechtweervandaag, Sinterklaas’ paard, volgen nu de wereldwijde weerberichten in verband met wind en regen alom. Die pluk ik uit in het Nederlands vertaalde romans. (Geen poëzie: die is te vaak te winderig en ook al te vaak gebloemleesd). Het tarief bedraagt andermaal één fragment per auteur. Ook in de buitenlanden woeden er tempeesten, kammen rukwinden bomen tegendraads of bewegen briesjes even de gordijnen. De volgorde van de fragmenten wordt alweer bepaald door de willekeur van Heer Beaufort en het toeval van mijn hand, de stelling indachtig: liever de wind dan een hark om bladeren in een bloemlezing samen te vegen. (Ik verwijs hierbij naar mijn inleidend essay op België in een Boze Bui). 

PS: Tussen haakjes staat telkens de naam van de vertaler of de vertalende instantie, voor zover die gevonden konden worden.

 

INTRO

Uit de Cartographic Division van National Geographic Society, Washington D.C., Lands of the Bible Today (1976)

Nippur (Iraq) – Temple of the wind god, holiest pilgrim-center of ancient Sumer. Archeological treasury of ancient art and literature.

02-01-10

PS

PS  Het jaar 1953

 

Lagelandentsunami. De winter van 1953 zal niemand vergeten. Begin februari wordt het westen van de Lage Landen getroffen door een watersnoodramp. Op 31 januari teistert een zware storm Schotland, met windsnelheden van meer dan 200 km per uur. Het slechte weer komt uit een gevaarlijke hoek: het noordwesten. Daardoor fungeert de Noordzee als een trechter die het water alsmaar verder opstuwt naar het zuiden. De storm raast over het hele Noordzeegebied en duurt lang. Tot overmaat van ramp is het ook vollemaan, dus springtij. De gevolgen zijn bekend. Op 6 juli van dat gedenkwaardige jaar word ik geboren, in een stadje (de helft van de ooit bekende tweeling T/W) niet ver van die gevaarlijke zee. Maar als stormfanaat kijk ik nu over de grenzen heen, gejaagd door de wind.

Bij dezen vergrendel ik mijn collectie prozaïsch Belgisch windgeweld. Er zijn natuurlijk nog schrijvers vergeten, en er komen er nog altijd bij. Maar ik lonk nu naar buitenlandse boze buien. Dat kan een enorme kudde dreigende wolken worden. Over enkele winderige dagen volgt nummer één.

31-12-09

BRIES

{ Moge een milde bries u ook in 2010 geleiden naar mijn stek van ziedende boomkruinen en schuimende struikgewassen. Het buitenland wenkt met zijn boze buien. }

30-12-09

385 * Victoria

(385) Ivo Victoria, Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won [ en dat het me spijt ], Anthos, 2009

 

Op de (wieler)piste verwijderen ze alles wat de sport mooi maakt. Er is geen wind en dreigende onweerswolken worden buitengesloten als een dreinend kind.