26-01-11

46: Miller

(46) Henry Miller, De snol, uit De kreeftskeerkring (John Vandenbergh), De Bezige Bij, 1962

Ik legde er een schepje op en ging naar de Boulevard Raspail. Ineens komt er een vrouw op me af en houdt me in de stromende regen aan. Ze wil weten hoe laat het is. Ik zei haar dat ik geen horloge had. Waarop ze zomaar uitbarst: ‘O, beste meneer, spreek je misschien ook Engels?’ Ik knik van ja. Het is nu een ware stortbui. ‘Lieve beste meneer, misschien wil je wel zo goed zijn met me naar een café te gaan. Het regent zo en ik heb geen geld om ergens te gaan zitten.’

12-01-11

45: Barr

(45) Christopher Barr, Fata Morgana (Hans Keizer), in De beste moderne erotische verhalen, Luitingh, 1985

Ik had gemeend het gezicht van Silke op een duin te zien, had onwillekeurig aan het stuur gedraaid en was van de weg af geraakt. Dezelfde wind die Botticelli’s penseel over het linnen moet hebben geleid, had Silkes gelaatstrekken in het zand gerimpeld.

03-01-11

AMUZEMENTEN

Amuzementen

MUZISCHE MOMENTEN MET TAAL

Joris Denoo

Amuzementen

voegt in leuke sessies met muzische taal de daad bij het woord en het woord bij de daad. Je kunt er zo mee aan de slag, zonder te zoeken naar woorden. Het boek is een uitermate praktische en leuke gids voor wie creatief met taal wil werken. De instructies zijn kort, de oefeningen concreet. Er zijn diverse tactiekjes, waarmee je in een mum van tijd je publiek kunt enthousiasmeren voor zowel schrijven en spelen, als luisteren en spreken, als lezen en smaken. Ook het beeldende aspect komt hier en daar verrassend leuk aan bod.

Amuzementen

richt zich tot leerkrachten, studenten uit de lerarenopleiding basisonderwijs en secundair onderwijs, leerlingen en scholieren, maar ook tot levenslang lerende volwassenen. De strategieën in het boek leveren muzische momenten met taal op, in de klas, in diverse opleidingen en in alle geledingen van de creatieve communicatie.

JORIS DENOO

schrijft en publiceert verhalen, poëzie, (jeugd)boeken, columns, toneel en essays. Hij heeft ook meer dan dertig jaar ervaring in de lerarenopleiding (hogeschool KATHO, campus RENO Torhout) als docent Nederlands, Expressie, Muzische vorming en Communicatieve vaardigheden. Zijn taalgevoelige teksten op en in diverse websites en periodieken worden fel gesmaakt. Hij is bijvoorbeeld columnist voor theatermagazine OpenDoek en blogger op Lerarenforum. Jarenlang al trekt hij ook rond om literaire voordrachten te geven voor alle leeftijden. Voor elk genre waarin hij publiceerde, ontving hij literaire prijzen.

AMUZEMENTEN, uitgeverij Acco Leuven, november 2010 - ISBN-nummer is 978 90 334 8059 1 (18,50 €) - via de boekhandel of de Acco-site

 

02-01-11

44: Lawrence

(44) D.H. Lawrence, Lady Chatterley’s minnaar (J.A. Sandfort), Bert Bakker, 1982

De motregen hing als een sluier over de wereld, geheimzinnig, tot zwijgen gebracht, niet koud. Zij kreeg het heel warm, terwijl zij zich door het park spoedde. Zij had haar dunne regenmantel losgeknoopt.

12-12-10

43: Kousbroek

(43) Rudy Kousbroek, De Aaibaarheidsfactor, De Harmonie, 1978

Het lijkt op het doen van wetenschappelijke waarnemingen, met de zekerheid dat men niet meer terug kan komen om het over te doen. Rondlopen in Atlantis, een half uur voordat het zal worden verzwolgen. Het rommelt al, maar de mensen weten nog van niets. Men kan ze niet waarschuwen, men is alleen een onzichtbare waarnemer. Men maakt als een gek aantekeningen – de taal, de architectuur, de flora, de fauna, landbouw, veeteelt –, in de krankzinnige haast om zoveel mogelijk te noteren gebruikt men allerlei afkortingen, steeds radicaler, vertrouwend op het geheugen. Het halve uur is voorbij, het land begint te kantelen als een immense getorpedeerde oceaanstomer. Atlantis verzinkt. Het wordt donker, het regent.

26-11-10

42: Kundera

(42) Milan Kundera, De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (Jana Beranov), Agathon/Ambo, 1985

Ze wilde Tomas zeggen dat ze weg moesten uit Praag. Weg van kinderen die kraaien levend begraven, weg van agenten, weg van meisjes gewapend met paraplu’s.

11-11-10

41: du Gard

(41) Roger Martin du Gard, De zomer van 1914 (Bernard Bekman), Heideland, 1959

Het onweer, dat de hele dag over de stad had gehangen, barstte eindelijk los met plotselinge en dramatische heftigheid. Onophoudelijk flitsten de bliksemstralen, de zenuwen striemend, en het voortdurend gerommel van de donder weergalmde tussen de gebouwen met een geratel dat deed denken aan onweders in een berglandschap. In de rue du Quatre-Septembre kwam een eskadron van de garde républicaine in draf voorbij: de mannen, gekromd onder de rukwinden, hingen over de halzen der dampende dieren, wier hoeven gutsen water deden opspatten, en – zoals in een goed schilderij van een schilder van veldslagen – schitterden hun helmen onder de loodkleurige hemel.

28-10-10

40: Verne

(40) Jules Verne, Robur de veroveraar, Elsevier, 1979

De zee werd intussen al woester en woester. De verschijnselen die op weersverandering wezen, werden onrustbarend. Hoewel de barometer al laag stond, viel hij nog enige millimeters. Hevige windstoten werden gevoeld, terwijl de wind overigens hevig woei en huilde in de helikopterische werktuigen van de Albatros, waarna dan weer ogenblikken van plotselinge windstilte intraden. Het vocht in de buis van het ‘stormglas’ begon zeer troebel te worden.

15-10-10

39: Eco

(39) Umberto Eco, Het eiland van de vorige dag (Yond Boeke, Patty Krone), Bert Bakker, 1995

Doctor Byrd had hem over de passaatwinden verteld (hij noemde ze Trade-Winds, maar de Fransen zeiden alisées): er waaien op die zeeën ook krachtige winden die de orkanen en de windstiltes de wet voorschrijven, maar daar spotten de passaatwinden mee; deze laatste zijn namelijk grillige winden, zodat hun ronddolen op kaarten wordt afgebeeld als een dans van vloeiende krommen, van doldrieste reidansen en sierlijke dwaaltochten. Zij sturen heimelijk de windrichting van de krachtige winden in de war, doorsnijden die, snellen er dwars doorheen.

02-10-10

38: Doctorow

(38) E.L. Doctorow, Ragtime (Else Hoog), Anthos/Diogenes, 1995

Er reden trossen trams met rinkelende bellen, en de electrische flitsen van hun stroomafnemers knetterden langs de draden als minuscule accenten op het warmteonweer dat de hemel boven de schemerige, broeierige stad zo drukkend maakte.

23-09-10

37: Mailer

(37) Norman Mailer, Een Amerikaanse droom (J.F. Kliphuis), Bruna, 1966

Het regende nu harder, een koude regen met een suggestie van ijzel op de stenen; ik opende Shago’s paraplu. De ra’s gleden omhoog langs de mast met het geluid van een inademing, die toen het doek zich begon te spannen schor, hijgend, astmatisch werd. Een stem klonk door de knop, en in mijn handpalm – die indruk had ik. ‘Ga naar Harlem,’ zei de stem.

13-09-10

36: Sjolochow

(36) Michail Sjolochow, Storm over Rusland (S. van Praag), Wereldbibliotheek, z.j.

Negentienhonderd zestien. October. Nacht. Regen en wind. Een boschrijke streek. Loopgraven in de nabijheid van een moeras, dat omgeven is door een haag van elzen. In de onderaardsche verblijven bespeurt men hier en daar een lichtje. (…) ‘Regent het?’ ‘Ja,’ antwoordde de bezoeker, die zijn mantel uittrok en deze benevens zijn drijfnatte pet aan een spijker ophing.

02-09-10

35: Remarque

(35) Erich Maria Remarque, Van het westelijk front geen nieuws (Annie Salomons), Erven J. Bijleveld, 1929

Ik heb dikwijls wacht bij het kamp van de Russen. In het donker zie je hun gestalten bewegen; het lijken dan wel zieke ooievaars of andere groote vogels. (…) Dikwijls staat er een heele rij naast elkaar; zoo staan ze den wind in te ademen, die over de hei en de bosschen komt aanwaaien. (…) Ik zie hun donkere gestalten en het waaien van hun baarden in den wind. 

25-08-10

34: Goddard

(34) Robert Goddard, Terugkeer naar Brighton (Bob Snoijink), BZZTôH, 2004

Het bankje in het dichtstbijzijnde schuilhokje was overdekt met regendruppels die fonkelden in het licht van de lantaarn. Ik meende een paar woorden Hongaars op te vangen vanuit de andere kant van het gebouwtje toen ik een deel van de nattigheid wegwiste. We gingen zitten. ‘De patattent is open,’ zei ik met een hoofdgebaar over mijn schouder naar het stalletje dat ik zojuist was gepasseerd. ‘Heb je zin in een zak?’ ‘Nee, dank je.’ ‘Wanneer hebben we voor het laatst een zak patat aan een winderig strand gedeeld, denk je?’

14-08-10

33: Pirsig

(33) Robert M. Pirsig, Zen en de kunst van het motoronderhoud (Ronald Jonkers), Bert Bakker, 1976

De zon schuift schuin op de wolk af die nu van onderen zwaar is opgezwollen en boven ons de horizon raakt, waar loofbomen en naaldbomen staan en er daalt een koele wind met dennegeur van de bomen over ons neer. De bloemen in de wei buigen in de wind en de motorfiets neigt een beetje en plotseling hebben we het heerlijk koel. Ik kijk Chris aan en hij glimlacht. Ik lach ook. Dan klettert de regen zwaar op de weg met een vleug aardgeur die opstijgt uit het stof dat al veel te lang heeft liggen wachten en het stof naast de weg wordt pokdalig door de eerste regendruppels.

07-08-10

32: Bazin

(32) René Bazin, Charles de Foucauld (Ontdekkingsreiziger van Marocco, heremiet in Sahara), J. Luyckx, z.j.

Van tijd tot tijd blies een onstuimige wind, die dikke stofwolken vormde, en ons zand in de oogen en kleine keitjes tegen het aangezicht joeg.

30-07-10

31: Asturias

(31) Miguel Angel Asturias, De doem van de mais (J.A. van Praag), Wereldbibliotheek & D.A.P. Reinaert, 1968

De orkaan deed de machtige woudreuzen als rieten zwiepen. De steunende aarde leek wel een ontzaglijke kruik waarvan de wanden barstten onder de stortvloed van versplinterende takken, die de hemel op de opgebolde struiken neerjoeg. Zelfs de haren van de paarden gingen overeind staan.

24-07-10

30: Barnes

(30) Julian Barnes, In de zon kijken (Tinke Davids), De Arbeiderspers, 1986

Wandelend onder de vlakke, neutrale hemel van die herfst, waar een zachte wind haar regenjas openblies en haar buik zichtbaar maakte, dacht ze soms aan sergeant-piloot Prosser.

15-07-10

29: Heller

(29) Joseph Heller, Catch-22, Ambo/Anthos, 1995

Hun enige hoop was dat het nooit zou ophouden met regenen, maar ze hadden geen hoop, want iedereen wist dat dat zou gebeuren. Toen het op Pianosa niet meer regende, regende het in Bologna. Toen het in Bologna ophield, regende het op Pianosa. (…) Hoe langer het regende, des te ellendiger ze zich voelden. En hoe ellendiger ze zich voelden, hoe meer ze baden dat er nooit een eind zou komen aan de regen. (…) De hele dag keken ze naar de bommenlijn op de grote kaart van Italië, gemonteerd op een wiebelende schildersezel die door de wind omver werd geblazen en onder de luifel van de inlichtingentent werd gezet als het weer begon te regenen.

07-07-10

28: Brontë Ch

(28) Charlotte Brontë, Jane Eyre, Amstelboeken L.J. Veen, z.j.

Na afloop van de middagdienst keerden wij terug langs een openliggende, heuvelachtige weg, waar de bitter koude winterwind, die over een keten van besneeuwde toppen uit het noorden blies, de huid bijna van onze gezichten scheurde.

01-07-10

27: Wallace

(27) Lewis Wallace, Ben Hur (F.A. Brunklaus), Gottmer & Reinaert-reeks, z.j.

En ze zagen het nu allen, hoe de kruisen op de heuveltop bewogen, als de masten van een schip in de storm. Maar het middelste kruis scheen met zijn last steeds hoger te stijgen, als wilde het de hemel in.

25-06-10

26: Dexter

(26) Colin Dexter, De doden van Jericho (Toby Visser), Centerboek, 1992

Het had de hele dag met tussenpozen geregend en dikke druppels kletsten tegen zijn voorruit terwijl hij de verlaten straat inreed en rondkeek naar een parkeerplaats. Mmm, moeilijk.

17-06-10

25: Brontë E

(25) Emily Brontë, Woeste hoogten (K. Luberti), Het Spectrum, 1969

Omstreeks middernacht, terwijl we nog op zaten, kwam er een woedende vlaag over Woeste Hoogten, terwijl het hevig bliksemde, en een van die twee spleet een boom die op een hoek bij het huis stond: een grote tak viel op het dak en vernielde een deel van de schoorsteen, waardoor met veel geraas een hoeveelheid stenen en roet naar beneden kwam en in het haardvuur viel.

08-06-10

24: Murdoch

(24) Iris Murdoch, De eenhoorn (N. Funke-Bordewijk), Contact/Skarabee, 1982

In vrees voor het huis liep ze naar het grote raam op de overloop. De regen lekte door het gesloten raam naar binnen en vormde plassen op de vloer. Ze keek naar de geelachtige, door de regen gegeselde tuin en met een schok ontwaarde ze een gestalte die naast een der zalmvijvers stond. Toen zag ze dat het Denis was. Maar het volstrekt alleen zijn daar in de regen en zijn snelle overplaatsing vanuit het huis naar de tuin verleenden hem iets griezeligs.

01-06-10

23: Capote

(23) Truman Capote, De grasharp/Een nachtboom (Joop van Helmond), De Arbeiderspers, 1984

Aan de voet van de heuvel ligt een veld waar hoog maïsgras groeit dat met de seizoenen van kleur verandert: ga maar eens kijken in het najaar, eind september, dan wordt het rood als een zonsondergang en strijken er vurige dieprode schaduwen overheen en tokkelt de herfstwind uit de droge bladeren een zuchtende, menselijke muziek, een harp van stemmen.

26-05-10

22: Malaparte

(22) Curzio Malaparte, De huid (P.Petersen), Manteau, 1982

Tegen het aanbreken van de dag begon de zwarte wind te waaien en doornat van het zweet stond ik op. In mijn slaap had ik zijn sombere, droevige stem herkend. (…) Zo als een blinde, die tastend voortloopt en met vooruitgestoken handen langs de voorwerpen strijkt, ziet de zwarte wind niet waar hij gaat, en nu eens raakt hij een muur, dan weer een tak, een andere keer een menselijk gezicht, een oever of een berg en in de lucht en op de dingen laat hij de zwarte afdruk van zijn lichte aanraking achter.

19-05-10

21: Márquez

(21) Gabriel Garcia Márquez, Ontvoeringsbericht (Arie van der Wal), Meulenhoff, 1996

De avond was ijzig koud en de wind huilde door de bomen als een roedel wolven, maar zij interpreteerde dit als een voorteken voor betere tijden.

12-05-10

20: Rushdie

(20) Salman Rushdie, De duivelsverzen (Marijke Emeis), Veen, 1989

Het landschap van zijn poëzie was nog altijd de woestijn, de zich verplaatsende duinen met van de toppen waaiende pluimen wit zand. Zachte bergen, onvoltooide reizen, het tijdelijke karakter van een tent. Hoe bracht je een landschap in kaart dat elke dag verwaaide tot een nieuwe vorm?

04-05-10

19: Zweig

(19) Stefan Zweig, Een schaak-novelle (Paul Huf), Keesing, z.j.

‘Remise.’ Er heerste een ogenblik van volkomen stilte. Plotseling hoorde men de golven bruisen en de radio van de salon uit de kamer binnen-jazzen, iedere stap op het promenadedek werd hoorbaar evenals zelfs het zachte en fijne suizelen van de wind door de kieren van de ramen.

26-04-10

18: Pasternak

(18) Boris Pasternak, Dokter Zjivago (Nico Scheepmaker), Bruna, 1961

Joeri Andrejevitsj sloeg enkele keren een hoek om, en was de tel al kwijt geraakt, toen de sneeuw plotseling heel dicht begon te vallen en er een ware sneeuwstorm losbrak, zo’n sneeuwstorm, die zich in het open veld jankend over de aarde uitspreidt, maar in de nauwe sloppen van de stad als een opgejaagde om zich heen slaat. (…) De sneeuwstorm sloeg de dokter in diens ogen en bedekte de gedrukte krantenregels met een grijze en ritselende sneeuwpap.