25-06-12

69: McCourt

(69) Malachy McCourt, Een zwemmende monnik (Peter Abelsen), Bert Bakker, 1999

De New-Yorkse poëet daarentegen heeft de herfst tot muze, daar de stad juist in dit jaargetij tot leven komt.

06-06-12

68: Meyers

(68) Jan Meyers, Het samenzijn, Manteau, 1985

De wind sprong tegen hem op, toen hij de deur naar storm en duisternis openzette – februari, maar niet koud: te verwachten temperatuur voor de komende nacht aan de kust 8 à 10 graden. Achter hem, diep in het huis, knalde een andere deur dicht. In een razende wereld zwiepten de bomen in het perk tegenover het huis als voorwereldlijke schimmen heen en weer. Wolken waaiden laag over als zwarte rook.

18-05-12

SATISFICTION 12

Columns in OpenDoek Antwerpen en op KR-site & Lerarenforum

Filmscript TINE! EEN MOKKEL VAN HAAR SOKKEL (première 31 aug 2013 t.g.v. 50 jaar Tinekesfeesten Heule)

VERLICHTE GEDICHTEN. Omgaan met poëzie in lager en secundair onderwijs, die Keure Brugge (2013)

Copywriting Hogeschool Lerarenopleiding KATHO-RENO Kortrijk/Torhout (met o.a. Ode aan de Aldi)

Nominatie Tsjechov Verhalenwedstrijd (met verhaal Suzannes herenhuis), Letterencafé Tsjechov & Co, Rotterdam

Verhaal Wurgseks in Zomertijd, uitg. Jaylen Books (Nl)

Gedicht Lutetia in Snuisterboekje, De Lijn

Gedicht De Heerlijkheid in Ons Maartjen, Heule

Griezelverhaal A Dogs Life in Jaylen Books (Nl)

14-05-12

67: Troyat

(67) Henri Troyat, Tsjechov, biografie (Clem Schouwenaars), de Prom, 1988

Op een dag, toen het stormde, waaide een windstoot binnen door het open venster van zijn werkkamer en verscheidene bladen van zijn manuscript vlogen de tuin in. Men raapte die bladen op, maar de regen had de inkt weggewist, zodat zij onleesbaar waren geworden. Bij wijze van troost zei een van de genodigden dat Tsjechov zich zeker zou herinneren wat hij had geschreven. ‘Stel u voor dat ik mij dat niet herinner,’ antwoordde Tsjechov glimlachend. ‘Ik zal die taferelen opnieuw moeten schrijven.’

12-04-12

66: Bogarde

(66) Dirk Bogarde, Jericho, Maarten Muntinga bv i.s.m. BZZTôH, 1992

De eerste regendruppels sloegen hard tegen het donkere raam, kletterden tegen het glas als een handvol gedroogde erwten. De lucht had de paarsachtig zwarte kleur van pruimen, de kamer was vol schaduwen en deprimerend bij het schrille licht dat verspreid werd door het ene peertje in de olifantslamp.

20-03-12

65: Slauerhoff

(65) J. Slauerhoff, Schuim en as, Nijgh & Van Ditmar, 1946

Later op de morgen kwam de ’s nachts al verwachte maar halfvergeten storm. Een kleine, donkerzwarte wolk stond laag boven de kim, donkere banen uitstralend, een gele wind woei over de wilder en wilder opslaande golven, ze meeslepend in ongekende misvormingen, het enige schip dat onder hun bereik was teisterend zoveel ze konden.

14-02-12

64: Potter

(64) Dennis Potter, De zingende detective (John van Bladel), Bert Bakker, 1987

Buiten de danszaal uit 1945 komt de regen met bakken naar beneden. Rollende donder in de lucht. De regen klettert in de plassen en geselt de glimmende straat die er indrukwekkend bij ligt en zich in het licht van de lantaarns onscherp en vaag aftekent. De regen stuitert in dikke druppels op het dak en de motorkap van de geparkeerde auto van de twee geheimzinnige mannen.

23-01-12

63: Prisjwin

(63) Michaïl Prisjwin, De zwarte Arabier (H.J. Been), Het Kompas, z.j.

Maar in de herfst, als het Bosch weer kil en kaal is, dooven de stormen het lampje; de dieren kruipen in hun holen en alle oude mannen en oude vrouwen, die de kapel bezochten, zijn verdwenen. De wind huilt door het naakte woud om de gedoofde lamp.

29-12-11

62: Handke

(62) Peter Handke, De wespen (Ronald Jonkers), Bruna, 1979

De warme wind jaagt het stof door het raam. Ik hoor het geluid van het gordijn. Ik hoor het geluid van het zand dat tegen het glas slaat. Ik hoor het geluid van de natte bladeren van de boom. Ik hoor het geluid van het spatbord van de fiets. Ik hoor het geluid van de draad tussen de populieren. Ik hoor het geluid van de natte kleren over de draad. Ik hoor het geluid van de schuurdeur die tegen de houtstapel slaat.

13-12-11

61: van Zomeren

(61) Koos van Zomeren, Het scheepsorkest, De Arbeiderspers, 1989

De hemel ziet grauw van ellende en boven de huizen verheft zich welgeteld één kokmeeuw.

20-11-11

60: Warhol

(60) Andy Warhol, Dagboeken (Christine Quant), Anthos, 1990

 

Het regende dat het goot. Door ‘familieproblemen’ was het een slechte dag. (…) Wij zaten op de bank bij het raam in de vergaderkamer, waar de regen tegen de ruiten kletterde, dronken thee en praatten over de film waarvoor Bobby Huston het draaiboek schrijft – de opdracht komt van mij – over jongeren die zelfmoord plegen.

11-11-11

SATISFICTION 11

Gedichten HERINNERING AAN MAÏS en BETREFF. HAMMAMET, TUNESIË in ArtO4, januari

GEZEID IS GEZEID, honderd verse zeispreuken in andermans mond gelegd, uitg. Renoveren, Torhout, Kemmel, januari

Versneden verzen - Joris Denoo: uit goed Houtland gesneden, recensie van de bundel TORHOUT. VERS AAN HUIS door Jacob Baert in Ambrozijn

KLOON, SMOKE, RUIS, columns in OpenDoek Antwerpen

MEERVOUD (M/V), filosofisch spektakelstuk, bij ALMO Antwerpen

Gedichten REIS IN HET HOLST VAN DE ZOMER, EIGENLIJK GEEN REIS IN HET VOORJAAR, EASDAQ en TORHOUT ZONDER WERCHTER in ART04, maart

Diplospeech lerarenopleiding juni 11 in KathoKetting

Vier geïllustreerde verhaalboekjes derde graad basisonderwijs bij uitgeverij die Keure Brugge: STILTE!, ZWAARTEKRACHT, ELIOTT DE RAAF en STOUTE SCHOENEN (OF HOE IK KAMPIOEN HARDLOPEN WERD)

Filmscript TINE i.o.v. werkgroep Tinekesfeesten Heule

Recensie bundel TORHOUT - VERS AAN HUIS door Frank Decerf in VKH-magazine

SMOKE, column in OpenDoek Antwerpen

Copywriting voor autorenner Stoffel Vandoorne (seizoensviering op 25 november)

Theater ZZOEFF!, tekst en regie, sectie afstudeerjaar 3NED van Lerarenopleiding Hogeschool campus Torhout

Gedicht ICHTEGEM-ROUWCENTRUM in ART04, december

03-11-11

59: Woolf

(59) Virginia Woolf, Schrijversdagboek (Joop van Helmond), De Arbeiderspers, 1977

 

Maandag 16 september 1940

 

Goed, we zitten allemaal in het schip. Een drijfnatte, stormachtige dag.

 

Dinsdag 17 september 1940

 

Geen invasie. Storm.

16-10-11

58: Matsubara

(58) Hisako Matsubara, Kraanvogels in de schemering (Milly Clifford), Bruna, 1985

Nieuwjaarsdag was koud en zonnig. Er stond veel wind. Dat kwam goed uit voor de jongens die op de brede brandweg naast de Hori-kawa aan het vliegeren waren. De grote vliegers, die ze zelf gemaakt en beschilderd hadden, zweefden hoog in de lucht mee met de wind, of maakten spiraalvormige duikelingen. Als de wind even ging liggen hingen hun lange, veelkleurige staarten slap neer en bijna meteen vielen de vliegers naar beneden. Dat was het sein voor de jongens om schreeuwend tegen de windrichting in te hollen om hun vliegertouw weer te spannen.

21-09-11

57: Strete

(57) Craig Strete, Oom Coyote en de bisonpizza (Jos Knipscheer), In de Knipscheer, 1978

‘De coyote rende als de wind en de bison rende als een bliksemschicht met scherpe hoorns. De bisonpizzadoos onder de arm van de coyote bonkte tegen de zij van de coyote als donderslagen. Nou, het klonk precies als een hevige onweersbui die je al van kilometers afstand kan horen aankomen.’

22-08-11

56: Grunberg

(56) Arnon Grunberg, Blauwe maandagen, Nijgh & Van Ditmar, 1994

De regen had het grint van het pad gespoeld. Behalve wat fietsers was er niemand in het Vondelpark. Ik ging op een bank zitten, at de laatste patatjes en keek uit over het water en de villa’s aan de overkant.

03-08-11

55: Nin

(55) Anaïs Nin, Henry en June (Margaretha Ferguson), Bert Bakker, 1993

Wat houd ik van zijn jaloerse vragen, zijn cynische verdenkingen, zijn nieuwsgierigheid. De straten van Parijs passen bij hem, de cafés en de hoeren. Modern schrijven past bij hem: hij doet het beter dan wie ook. Elke latente kracht, van de gesel van de wind tot een revolutie, past bij hem.

07-07-11

54: Voltaire

(54) Voltaire, Candide of het optimisme (M.J. Premsela), De Arbeiderspers, 1970

Terwijl hij aldus redeneerde, betrok de hemel; de winden begonnen uit de vier hoeken van de wereld te blazen en het schip werd overvallen door de verschrikkelijkste storm, toen men in zicht kwam van de haven van Lissabon.

13-06-11

53: Moran

(53) Jules Moran, De panter jaagt, Kerco, z.j.

Om een uur na middernacht was het nog druk in de Rue de la Paix. Mademoiselle Chateroux wandelde innig gearmd met haar verovering tussen haastige voorbijgangers en stak later de place Vendôme over, toen het druilerig begon te motregenen. Met vochtige ogen keek het meisje naar de Italiaan op. ‘O, Costa!’ fluisterde zij.

21-05-11

52: Wodehouse

(52) P.G.Wodehouse, Dit is het einde, Jeeves (A.J.Richel), Het Spectrum, 1971

Haar vertrek – met naar schatting een snelheid van ongeveer honderd kilometer per uur – liet een huiverende stilte na van de soort die je in Amerika in de tijd van de wervelstormen beleeft, als de orkaan je tot in je botten door elkaar heeft geschud en dan verdergaat om meer westelijk wonende lieden aan te pakken.

25-04-11

51: Le Carré

(51) John Le Carré, Het Rusland huis (geautoriseerde vertaling), Luitingh-Sijthoff, 1989

Boven de geïmporteerde paleizen hing een lage watten hemel, die ze somber maakte in hun opgedirkte uitmonstering. In de parken werd zomermuziek gespeeld, maar de zomer bleef achter de wolken hangen terwijl een krijtachtige Scandinavische mist sidderend streken uithaalde met de Venetiaanse waterwegen. Barley wandelde en had, zoals altijd als hij in Leningrad was, het gevoel dat hij door andere steden wandelde, dan weer Praag, dan weer Wenen, dan weer een stukje Parijs of een hoek van Regent’s Park.

03-04-11

50: Greene

(50) Graham Greene, De kern van de zaak (H.W.J. Schaap), Contact, 1949

‘Ik ben benieuwd of er iemand zal zijn, Ticki’. ‘O, vast en zeker. Het is uitleenavond van de bibliotheek’. ‘Maak wat voort, lieveling. Het is zo warm in de auto. Ik zal blij zijn als de regentijd begint’. ‘Werkelijk?’ ‘Als die regen maar niet langer dan een maand of twee duurde en dan weer ophield’.

09-03-11

49: Christie

(49) Agatha Christie, Trein 16.50 (geautoriseerde vertaling), A.W. Sijthoff, 1977

Zij sliep een goed half uurtje en werd toen verkwikt wakker. Zij zette haar hoed recht en probeerde vol belangstelling iets van het landschap te zien dat langs het raampje voorbijschoot. Maar het was donker buiten, een druilerige, mistige decemberdag – over vijf dagen was het trouwens Kerstmis. Londen was al triest en duister geweest. Op het platteland was ’t al niet veel beter, ofschoon het uitzicht zo nu en dan werd opgefleurd door rijen lichtjes, telkens wanneer de trein stadjes en stations passeerde.

24-02-11

48: de Blasis

(48) Celeste de Blasis, De roep van de wilde zwaan (J.A. Westerweel-Ybema), Kadmos, 1984

Midden april woedde er nog een late storm die met regen begon en tegen de avond met sneeuwbuien eindigde, maar daarna verscheen de eerste roze bloesem van de judasboom in de bossen, gevolgd door zich ontplooiende bladeren en bloemen van een grote verscheidenheid van wilde en gekweekte planten, ook de wasachtige witte bloemen van de Amerikaanse kornoelje.

09-02-11

47: Mulisch

(47) Harry Mulisch, De grens, uit De verhalen 1947-1977, De Bezige Bij, 1977

Inmiddels echter is het begin september, – en bij de storm, die deze week door de hoogspanningskabels gierde en die hopelijk in de hofdomeinen niet al te veel schade heeft aangericht, is mijn echtgenote zelfs gedeeltelijk uit elkaar gewaaid. Wanneer niet spoedig hulp geboden wordt, vrees ik dat het te laat zal zijn.

26-01-11

46: Miller

(46) Henry Miller, De snol, uit De kreeftskeerkring (John Vandenbergh), De Bezige Bij, 1962

Ik legde er een schepje op en ging naar de Boulevard Raspail. Ineens komt er een vrouw op me af en houdt me in de stromende regen aan. Ze wil weten hoe laat het is. Ik zei haar dat ik geen horloge had. Waarop ze zomaar uitbarst: ‘O, beste meneer, spreek je misschien ook Engels?’ Ik knik van ja. Het is nu een ware stortbui. ‘Lieve beste meneer, misschien wil je wel zo goed zijn met me naar een café te gaan. Het regent zo en ik heb geen geld om ergens te gaan zitten.’

12-01-11

45: Barr

(45) Christopher Barr, Fata Morgana (Hans Keizer), in De beste moderne erotische verhalen, Luitingh, 1985

Ik had gemeend het gezicht van Silke op een duin te zien, had onwillekeurig aan het stuur gedraaid en was van de weg af geraakt. Dezelfde wind die Botticelli’s penseel over het linnen moet hebben geleid, had Silkes gelaatstrekken in het zand gerimpeld.

03-01-11

AMUZEMENTEN

Amuzementen

MUZISCHE MOMENTEN MET TAAL

Joris Denoo

Amuzementen

voegt in leuke sessies met muzische taal de daad bij het woord en het woord bij de daad. Je kunt er zo mee aan de slag, zonder te zoeken naar woorden. Het boek is een uitermate praktische en leuke gids voor wie creatief met taal wil werken. De instructies zijn kort, de oefeningen concreet. Er zijn diverse tactiekjes, waarmee je in een mum van tijd je publiek kunt enthousiasmeren voor zowel schrijven en spelen, als luisteren en spreken, als lezen en smaken. Ook het beeldende aspect komt hier en daar verrassend leuk aan bod.

Amuzementen

richt zich tot leerkrachten, studenten uit de lerarenopleiding basisonderwijs en secundair onderwijs, leerlingen en scholieren, maar ook tot levenslang lerende volwassenen. De strategieën in het boek leveren muzische momenten met taal op, in de klas, in diverse opleidingen en in alle geledingen van de creatieve communicatie.

JORIS DENOO

schrijft en publiceert verhalen, poëzie, (jeugd)boeken, columns, toneel en essays. Hij heeft ook meer dan dertig jaar ervaring in de lerarenopleiding (hogeschool KATHO, campus RENO Torhout) als docent Nederlands, Expressie, Muzische vorming en Communicatieve vaardigheden. Zijn taalgevoelige teksten op en in diverse websites en periodieken worden fel gesmaakt. Hij is bijvoorbeeld columnist voor theatermagazine OpenDoek en blogger op Lerarenforum. Jarenlang al trekt hij ook rond om literaire voordrachten te geven voor alle leeftijden. Voor elk genre waarin hij publiceerde, ontving hij literaire prijzen.

AMUZEMENTEN, uitgeverij Acco Leuven, november 2010 - ISBN-nummer is 978 90 334 8059 1 (18,50 €) - via de boekhandel of de Acco-site

 

02-01-11

44: Lawrence

(44) D.H. Lawrence, Lady Chatterley’s minnaar (J.A. Sandfort), Bert Bakker, 1982

De motregen hing als een sluier over de wereld, geheimzinnig, tot zwijgen gebracht, niet koud. Zij kreeg het heel warm, terwijl zij zich door het park spoedde. Zij had haar dunne regenmantel losgeknoopt.

12-12-10

43: Kousbroek

(43) Rudy Kousbroek, De Aaibaarheidsfactor, De Harmonie, 1978

Het lijkt op het doen van wetenschappelijke waarnemingen, met de zekerheid dat men niet meer terug kan komen om het over te doen. Rondlopen in Atlantis, een half uur voordat het zal worden verzwolgen. Het rommelt al, maar de mensen weten nog van niets. Men kan ze niet waarschuwen, men is alleen een onzichtbare waarnemer. Men maakt als een gek aantekeningen – de taal, de architectuur, de flora, de fauna, landbouw, veeteelt –, in de krankzinnige haast om zoveel mogelijk te noteren gebruikt men allerlei afkortingen, steeds radicaler, vertrouwend op het geheugen. Het halve uur is voorbij, het land begint te kantelen als een immense getorpedeerde oceaanstomer. Atlantis verzinkt. Het wordt donker, het regent.