15-06-15

113: Liss

(113) David Liss, De windhandel (Renée Vink), Areopagus, 2000

Het was reeds laat en erg donker, en normaal gesproken zou het gevaarlijk zijn te lopen waar wij liepen. Een krachtige wind blies mij de onwelriekende stank van de Thames in het gelaat. Het steegje was eng, en de omringende stenen straalden koude uit.

16-05-15

112: Proust

(112) Marcel Proust, De kant van Swann (C.N. Lijsen), De Bezige Bij, 1979

Maar mijn grootmoeder kon je in weer en wind, zelfs als het stroomde van de regen en Françoise in allerijl de kostbare rieten tuinstoelen naar binnen haalde om ze niet te laten verregenen, in de lege, door de plensregen schoongeveegde tuin zien lopen terwijl ze haar verwaaide grijze haar naar achteren streek om de heilzame krachten van wind en regen op haar voorhoofd te laten inwerken.

21-04-15

111: Barroso

(111) Maria Alice Barroso, Wie vermoordde Pacfico? (Adri Boon), De Geus, 1969/1995

Tijdens Allerzielen van dat jaar, 1947, kwam de regen na drie snikhete dagen met bakken uit de hemel vallen, en de momenten dat het even droog was, leken speciaal bedoeld om de inwoners van Parada de Deus de gelegenheid te geven de modderige heuvel te beklimmen en bloemen naar hun doden te brengen. De regen die op de stad neerkletterde was niet bij machte de hemel schoon te wassen; de dikke, laaghangende wolken deden denken aan het smoezelige en bolle doek van een circustent, terwijl de bomen eerbiedig leken te buigen, kromgeblazen door een aanhoudende wind die met een onheilspellend geluid om onze oren floot.

24-03-15

110: Antunes

(110) António Lobo Antunes, De judaskus (Harrie Lemmens), Amber, 1991

Ik was te zeer gewend geraakt aan de stilte en eenzaamheid van Angola, en het leek me onvoorstelbaar dat het savannegras niet met zijn lange, groene door de eerste stortbuien gestaalde vingers door het asfalt van de avenues zou breken. (…) En dus trok ik mijn hoofd in en kromde mijn schouders zoals mensen zonder regenjas doen wanneer het ineens begint te regenen, om zo min mogelijk van mijn lichaam bloot te stellen aan een land dat ik niet meer begreep, en dook de winterse stad in.

09-03-15

109: Pirandello

(109) Luigi Pirandello, Iemand, niemand en honderdduizend (Annegret Böttner & Leontine Bijman), Coppens & Frenks/Muntinga, 1988

En ik zie nog de mensen die de ontruiming bijwonen tegen de muren staan om te schuilen voor de regen, en ook anderen die onder hun paraplu’s uit nieuwsgierigheid stil blijven staan bij de aanblik van die menigte en de enorme hoop schamel huisraad die het huis uit is gegooid en nu hier, vlak voor de deur, aan de regen wordt blootgesteld, onder het geschreeuw van mevrouw Diamante, die zo af en toe met verwarde haren voor het raam verschijnt en haar vreemde verwensingen naar buiten slingert, waar ze met gefluit en andere onbeschofte geluiden worden ontvangen door kwajongens die op hun blote voeten rond die hoop ellende dansen en met het water uit de plassen nieuwsgierige omstanders nat spatten, die daarop beginnen te vloeken.

16-02-15

108: Ferré

(108) Rosario Ferré, Mercedes Benz 220 SL (Hanny Berkelmans) (uit Papeles de Pandora, 1976), Wereldbibliotheek/Muntinga, 1987

Ze zagen het meisje dat door de regen naar de wagen kwam. Haar haar zat vastgeplakt op haar gezicht en het water gutste in twee dikke stralen langs haar armen. Ik deed het raampje naar beneden en de regen spatte naar binnen en er kwam water in mijn mond en ik schreeuwde wat is er aan de hand (…)

23-01-15

1O7: Cunningham

(107) Michael Cunningham, De uren (Servaas Goddijn), Bert Bakker, 1999

Terwijl ze over Louis’ rug wrijft, denkt Clarissa: neem me met je mee, ik wil een onmogelijke liefde. Ik wil straten bij nacht, wind en regen, niemand die zich afvraagt waar ik ben.

02-01-15

106: Høeg

(106) Peter Høeg, Smilla’s gevoel voor sneeuw (Gerard Cruys), Meulenhoff, 1994

Ik heb respect voor de Deense winter. De koude – niet de meetbare, die van de thermometer, maar zoals je haar ervaart – hangt meer af van windkracht en het vochtgehalte van de lucht dan van reële kou. Ik heb het in Denemarken kouder gehad dan ik het ooit in Thule heb gehad. Als de eerste klamme regenbuien mij in november met een natte handdoek in het gezicht beginnen te slaan, reageer ik daarop met gevoerde capuchons, zwarte alpacawollen beenwarmers, een lange Schotse rok, een trui en een cape van zwarte kunststof.

09-12-14

105: Cremer

(105) Jan Cremer, Het zwijgzame korps, Alexander Jonckx, 1978

Het snerpende geluid van een cirkelzaag doorboort de ijle vrieslucht. De koele wind suist door de kale geraamtes van bladerloze bomen. Een raaf klapwiekt door de blauwe lucht en strijkt behoedzaam neer op een grafsteen. Achter een donkergeteerd, smeedijzeren hek met verroeste, krakende scharnieren, waarboven de letters RCMP, ééns uit roodgloeiend staal op het aambeeld gevormd, ligt het Garnizoen van Eeuwig Verlof. Een klein kerkhof, een natte plak drassige, omwoelde aarde, geteisterd door wind en weer, uitgestoken in het vergeelde prairiegras.

13-11-14

104: Meade

(104) Glenn Meade, Sneeuwwolf (Theo Horsten), A.W.Bruna, 2001

Iemand had een krans van rode bloemen naast het graf gezet, dat herinner ik me, en toen zag ik de gevorkte bliksemschichten de grijze horizon verlichten en hoorde ik de donderslagen. Het was een van die zomerse onweersbuien waarbij de lucht boven Moskou ontploft als vuurwerk en de hemelsluizen opengaan. Een passend decor voor een begrafenis en, in mijn vaders geval, een nogal dramatisch einde van een dramatisch leven.

20-10-14

103: Ferguson

(103) Margaretha Ferguson, Brief aan niemand. Dagboekfragmenten 1948-1984, Nijgh & Van Ditmar, 1985

16 september 1948

’s Middags. Net heb ik door de zware zomermiddag over stille landweggetjes gefietst. De wind ritselde in de bladeren van het struikgewas langs de sloten, een bruin slangetje glipte weg voor mijn wiel. Dat stille alleenzijn met natuurgeluiden, eigenlijk geen geluiden, omdat ze zich niet onderscheiden maar deel zijn van de natuur, dat geeft me dikwijls het diepe gevoel: Dit is ‘de zin’ van het leven, dit onmiddellijk gegrepen worden, beleven. 

26-09-14

102: Jardin

(102) Alexandre Jardin, Fanfan (Jelle Noorman), De Arbeiderspers, 1991

Achter mij was de vloed aangezwollen door de storm die op volle zee leek te woeden. Ik rende, rende, richting kust, zonder er zeker van te zijn dat ik niet naar een andere zandkom holde. De kustlijn was nog te ver om te kunnen zien. Opgejut door de rollers, die, uitvloeiend, mijn voeten likten, ging ik recht vooruit en was ieder moment bang in drijfzand weg te zinken.

01-09-14

101: Terlouw

(101) Jan Terlouw, Oorlogswinter, Lemniscaat, 1972

Een novembermorgen in 1944. ’t Is doodstil in het dorp. Geen vliegtuig waagt zich in deze dichte, laaghangende bewolking. Auto’s zijn er bijna niet meer. De hele nacht heeft het zachtjes geregend. Nu is het vrijwel droog, maar uit de kletsnatte bomen druppelt nog steeds water. Het is windstil. Grijze mistroostigheid, waar je maar kijkt. De straten glimmen van de nattigheid. Een zwarte kat rent huiverend de straat over en verdwijnt in een schuurtje.

11-08-14

100: Lord

(100) Bette Bao Lord, Lente Maan (Mariëlla de Kuyper-Snel), Luitingh, 1982

De tyfoon, die door de afschuwelijke hitte was aangekondigd, woedde drie dagen langs de kust van China. Op zee werden er schepen door tot zinken gebracht, maar het land bleef gespaard. Volgens de berichten waren de gebroeders Tjang uit Su-tsjow twee van de velen die door de verdrinkingsdood om het leven waren gekomen.

19-07-14

99: Céline

(99) Louis-Ferdinand Céline, Dood op krediet (Frans van Woerden), Meulenhoff, 1979

Gisteren om acht uur is mevrouw Bérenge gestorven, de conciërge. Vannacht is ’t hard gaan stormen. Zo erg dat we hier in de nok zitten te trillen. ’t Was een lieve, trouwe vriendin, een best mens. Morgen wordt ze begraven op ’t kerkhof in de rue des Saules. (…) Ik wou dat de storm nog harder tekeerging, dat de daken instortten, dat het nooit meer lente werd, dat ons huis er niet meer was.

18-06-14

98: Homeros

(98) Homeros, Ilias (Onno Damsté), Het Spectrum, 1960

De brandstapel evenwel wilde geen vlam vatten. Toen bad Achilles tot de windgoden Boreas en Zefyros en beloofde hun schone offers als zij wilden komen en maken, dat de brandstapel vlam vatte en de lijken door het vuur verteerd werden. De bode der goden, Iris, hoorde zijn gebed en snel begaf zij zich naar het paleis van Zefyros, waar alle winden aan de maaltijd verzameld waren. (…) Boreas en Zefyros stonden terstond op en stormden naar buiten onder vervaarlijk gedruis, wolken voor zich uit stuwend, en over de zee, welker golven zich hoog verhieven, bereikten zij Troje en stortten zich op de brandstapel; knetterend laaide het vuur op.

29-05-14

97: Blixen

(97) Karen Blixen, Een lied van Afrika (Ruth Wolf), (1937), Nijgh & Van Ditmar, 1985

Er was een jaar dat de grote regenval uitbleef. Dat is een verschrikkelijke, huiveringwekkende ervaring en de planter die het heeft meegemaakt vergeet het nooit. Jaren later, als hij al lang niet meer in Afrika is maar in het vochtige klimaat van een noordelijk land, schiet hij ’s nachts overeind bij het geluid van een plotselinge regenbui en roept: ‘Eindelijk, eindelijk!’

03-05-14

96: Chambers

(96) Aidan Chambers, Dit is alles. Het hoofdkussenboek van Cordelia Kenn (Annelies Jorna), Querido, 2007

Maar goed, het begon te regenen, een zachte vroege mistige herfstmiezer, meer was het niet, maar genoeg om doorweekt te raken toen we weer naar huis scooterden. Ik vroeg hem binnen, had onderweg gefantaseerd hoe we elkaar de natte kleren zouden uittrekken, samen douchen en daarna vrijen.

08-04-14

95: van Gestel

(95) Peter van Gestel, Winterijs, Fontein, 2001

Wat me wel duidelijk werd: het regende de hele tijd in dat mooie boek van mijn vader, er hing een zware mist in de straten, schoenen lekten en steeds ging er eentje dood.

18-03-14

94: Daum

(94) P.A. Daum, Ups en downs in het Indische leven (1892), Nijgh & Van Ditmar, 1983

’t Was drukkend avondweer. Na een zware stortbui, had in de namiddag kort maar fel de zon geschenen en met zoetige, moerassige geur dampte het op uit de vochtige bodem in de warme atmosfeer.

26-02-14

93: Couperus

(93) Louis Couperus, Babel, P.N. van Kampen & Zn/Scriptoria-Standaard, 1977

Een schelle bliksemschicht viel als een vuur uit de lucht … De hemel barstte, de donder daverde en verratelde weg, over Babel …
Zware, dikke druppels kletterden … Nog eens viel het vuur, als met rechte strepen, uit de hemel, en ver ratelde de goddelijke donder … De hemel scheurde op: de blanke zondvloed stortte neer … 

13-02-14

92: Horowitz

(92) Anthony Horowitz, Alex Rider, Stormbreaker (Annemarie van Ewyck), Malmberg, 2007

Het had een rustige lentedag geleken toen Alex het kantoor van Royal & General verliet. Maar hierboven joeg de wind voorbij en kolkten de wolken.

21-01-14

91: Origo

(91) Iris Origo, Oorlog in Val d’Orcia (Toscaans dagboek 1943-1944) (Koen van Gulik), Contact, 1987

En nu wachten we op de winter en met de winter komt de noordenwind, de tramontana, die over de hoogtes veegt. Hij drijft de boeren naar binnen; hij geselde en rukte aan de krijgsgevangenen en partizanen tot ze wel moesten schuilen in de stallen van boerderijen, maanden achtereen.

28-12-13

90: Wibberley

(90) Leonard Wibberley, Voor vrijheid, gelijkheid en wat de pot schaft (D. Menger – de Neyn van Hoogwerff), Het Spectrum, 1967

Een koele bries, voorloper van de passaatwinden die over duizenden mijlen fonkelend blauw water kwamen aansnellen, ruiste door de bladeren van de kokospalmen langs het strand van het eiland Omo Lau. De bries voerde een pittige oceaangeur met zich mee en verdreef de zwoele sfeer die maandenlang over het eiland gehangen had. Achter het rif dat langs de oostkant van het eiland liep, werd het vaalgrijze zeewater door de wind opgezweept tot een vrolijk blauw watervlak, overdekt met schitteringen van zilver.

04-12-13

89: Nescio

(89) Nescio (J.H.F. Grönloh), Dichtertje/De uitvreter/Titaantjes, J.M. De Bois, 1918 (facsimile Nijgh & Van Ditmar, 1982)

Het was een maand later. Een veertien dagen had het wat gevroren, maar in ’t begin van die week was ’t weer plotseling omgeslagen. En nu was ’t avond en ’t stortregende. Den heelen dag had het bijna zonder ophouden gestortregend. Het water liep bij stralen langs mijn ruiten. Ik voelde me behagelijk.

11-11-13

88: Sachs

(88) Oliver Sachs, Een been om op te staan (Bab Westerveld), Areopagus, 1985/93

Een puur, intens genoegen, een zegening was het om de zon op mijn gezicht en de wind in mijn haar te voelen, om de vogels te horen en levende planten te zien, te voelen en te strelen. Zo werd het onmisbare contact met de natuur hersteld na de vreselijke isolatie en vervreemding die ik had ervaren.

15-10-13

87: van Eeden

(87) Frederik van Eeden, Studies,Vincent van Gogh, 1891, Servire, 1982

Maar ’t is somber en droef, en smartelijk om te zien. Een regen-landschap, beklemmend, angstig-somber. Een violet-vaal heuvelland, hoog oplopend met maar een klein stuk grijze regenlucht – niets daarop, oneindig sinister in zijn barre, doodse lijnen – en de stromende regen daarover, in witte straalstrepen erover, blinkend tegen ’t donkere land, zwartgrauw tegen de lucht, alles vermoordend in droefgeestigheid.

16-09-13

86: Coetzee

(86) J.M. Coetzee, Zomertijd (Peter Bergsma), Cossee, 2009

Ze stapt uit en leegt, op gepaste afstand, haar blaas. Er is een schraal windje opgestoken. Het is koud en het wordt nog kouder.

16-08-13

85: Larsson

(85) Stieg Larsson, Mannen die vrouwen haten (Tineke Jorissen-Wedzinga), Signatuur, 2008

Mikael knikte. Hij keek naar de lucht, waar zich regenwolken verzameld hadden. ‘Er komt onweer,’ zei Frode. ‘Als het erg hard gaat waaien, zal ik je ondersteunen.’ ‘Bedankt.’ Ze zwegen even. ‘Mag ik nog een borrel?’ vroeg Dirch Frode.

03-07-13

84: Giordano

(84) Paolo Giordano, De eenzaamheid van de priemgetallen (Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd), De Bezige Bij, 2009

Het enige geluid was de wind die tegen de top van de Fraiteve zwiepte, ritmisch onderbroken door het getik van de staalkabel waar Alice en Giuliana aan hingen, met hun kin diep in de kraag van hun jack om zich aan hun eigen adem te warmen.