23-04-18

181: Gallico

(181) Paul Gallico, De sneeuwgans (C.E. van der Werff), Wereldbibliotheek, 1946

Als stormen gierden of als het bitter koud was en voedsel schaars, of als de grote eenden-roeren van de beroepsjagers in de verte knalden, voelde Rhayader de bevrediging dat zijn vogels veilig waren, dat hij al deze wilde en schone schepsels, die hem kenden en vertrouwden, had bijeengebracht in het veilige toevluchtsoord, door zijn eigen hart en armen geschapen.

De commentaren zijn gesloten.