05-02-18

172: Baaijens

(172) Arita Baaijens, Een regen van eeuwig vuur, Contact, 1993

Het stormachtige weer houdt aan. Als de regen even wijkt, blaast de wind onophoudelijk een witte waas van fijne kalkdeeltjes over ons heen die vastkoekt aan alles wat nat is. De kamelen zitten er zielig en verregend bij, soms lopen we een stuk om de stramme spieren te strekken. (…) Tegen elkaar aangepropt liggen we uur na uur in het smalle gangetje tussen de tassen, luisterend naar het gieren van de wind en het tikken van de regen. Condens druipt naar beneden, af en toe pook ik met een vuist tegen het zeil om het verzamelde regenwater weg te laten lopen. 

De commentaren zijn gesloten.