31-01-18

171: Sanders

(171) Leonard Sanders, De Hamlet dreiging (Dolf Koning), Omega/Bruna, 1979

Santo Domingo, de oudste stad op het westelijk halfrond, lag blakerend onder een zacht tropisch windje van de rusteloze Caribische Zee.

24-01-18

170: Fowles

(170) John Fowles, Het liefje van de Franse luitenant (Frédérique van der Velde), Bruna, 1977

Oostenwind is de onaangenaamste wind in de baai van Lyme – de baai van Lyme is die grootste hap uit de onderkant van Engelands uitgestrekte zuidwestelijke been – en een nieuwsgierig mens zou onmiddellijk allerlei sterke waarschijnlijkheden hebben kunnen afleiden uit het paar dat de kade begon af te lopen van Lyme Regis, het kleine maar zeer oude stadje dat zijn naam had afgeleid van de hap, op een snerpend koude en winderige ochtend laat in maart van het jaar 1867.

12-01-18

169: Stoute

(169) René Stoute, Uit het achterland, De Arbeiderspers, 1985

De winter legt over alles een ijskoude, zwiepende wind die een permanent gevoel van onbehagen oproept en van elke dag een doodsaanzegging maakt. In mijn herinnering zijn de zomers kort en de winters lang en guur.

07-01-18

168: Shute

(168) Nevil Shute, De droom van Ross (J.P. van der Veere), Elsevier, 1983

Het was een frisse, zonnige ochtend met een harde wind van de ijskap; meeuwen vlogen met scherp gekrijs om hen heen, het blauwe water van de fjord brak in een kleine branding op het zand. Er was al een zweem van herfst in de lucht.