23-01-17

144: Hébert

(144) Anne Hébert, De zeezotten (A.L.S. Frans o.l.v. Pauline Sarkar), Thoth, 1988

In dit hele verhaal speelt de wind een grote rol, de aanwezigheid van de wind, zijn striemende stem in onze oren, zijn ziltige adem op onze lippen. Er is in dit land geen gebaar van man of vrouw dat niet wordt begeleid door de wind. Haren, jurken, hemden, broeken klapperen in de wind om de naakte lichamen. De zeewind dringt door onze kleren heen, ontbloot onze borst, die met een laagje zout is bedekt. Hij blaast dwars door onze poreuze ziel. Het heeft hier altijd te hard gewaaid en wat gebeurd is, was slechts mogelijk door de wind, de wind die je in een roes brengt en gek maakt.

De commentaren zijn gesloten.