30-09-16

136: de Jong

(136) Oek de Jong, Opwaaiende zomerjurken, Meulenhoff, 1979

Een vlagerige wind stuwde nu de wolken langs de hemel en striemde het gras van de weilanden. Geluiden waren niet langer nauwkeurig van elkaar te onderscheiden.

16-09-16

135: O'Brien

(135) Edna O’Brien, Ik heb je nauwelijks gekend, Johnny (Frédérique van der Velde), Agathon, 1978

Dus opende ik in die kamer in de bergen mijn raam, met de regen buiten, of als het niet regende met de motregen buiten, en keek naar de bladeren die als het ware mijn kant uit waaiden, boog me uit het raam, rook de regen, hoorde de goot overlopen, hoorde het tiktak op de bladeren en af en toe de wind die luider en gebiedender was.