27-03-16

126: Parks

(126) Tim Parks, Bestemming (C.M.L. Kisling), De Arbeiderspers, 1999.

Toen we uit het vliegtuig stapten, viel de regen met bakken uit de lucht, en de zee striemde de rotsen achter de landingsbaan. In de afstand tussen vliegtuigtrap en bus waren we doorweekt. Ik hield mijn vrouws hand vast terwijl we de trap af liepen, voor het geval ze zou uitglijden, en hield mijn jasje boven haar hoofd terwijl we over het asfalt renden.

02-03-16

125: Wolkers

(125) Jan Wolkers, Turks fruit, Meulenhoff, 1969

Plotseling was er een enorme donderslag en de populieren in de duisternis achter in de tuin gingen zwaaien zonder dat je merkte dat er wind was. Toen kletterde ineens de regen neer. Ze dacht beslist dat het mis aan het gaan was, dat de dokter hem niet meer zou kunnen redden. Dat kwam door het onheilspellende onweer en de bliksem die steeds de tuinen helwit verlichtte zodat je een fractie van een seconde al die boompjes zag die je nog nooit eerder van je leven had gezien.