18-10-15

118: Piper

(118) Nikolaus Piper, Felix en het grote geld (Ingeborg Lesener), Bert Bakker, 1999

Een voorjaarsonweer had hem uit zijn slaap gerukt. Buiten kletterde en klaterde de regen. Een bliksemflits wierp venijnige schaduwen tegen de muur, gevolgd door een woedende donderslag. Het was echt griezelig in de kamer. Felix huiverde. Hij liep naar het raam, trok het gordijn opzij en keek naar de wolkbreuk buiten. In het schijnsel van de straatlantaarn zag hij dat het terras beneden in een stuwmeer was veranderd. Een brede beek stroomde dwars over het gras en verdween onder aan de helling in de beukenhaag. De klok van de kerk sloeg vijf keer. Felix sprong weer in zijn bed en luisterde naar de regen.

De commentaren zijn gesloten.