16-05-15

112: Proust

(112) Marcel Proust, De kant van Swann (C.N. Lijsen), De Bezige Bij, 1979

Maar mijn grootmoeder kon je in weer en wind, zelfs als het stroomde van de regen en Françoise in allerijl de kostbare rieten tuinstoelen naar binnen haalde om ze niet te laten verregenen, in de lege, door de plensregen schoongeveegde tuin zien lopen terwijl ze haar verwaaide grijze haar naar achteren streek om de heilzame krachten van wind en regen op haar voorhoofd te laten inwerken.

De commentaren zijn gesloten.