26-09-14

102: Jardin

(102) Alexandre Jardin, Fanfan (Jelle Noorman), De Arbeiderspers, 1991

Achter mij was de vloed aangezwollen door de storm die op volle zee leek te woeden. Ik rende, rende, richting kust, zonder er zeker van te zijn dat ik niet naar een andere zandkom holde. De kustlijn was nog te ver om te kunnen zien. Opgejut door de rollers, die, uitvloeiend, mijn voeten likten, ging ik recht vooruit en was ieder moment bang in drijfzand weg te zinken.

01-09-14

101: Terlouw

(101) Jan Terlouw, Oorlogswinter, Lemniscaat, 1972

Een novembermorgen in 1944. ’t Is doodstil in het dorp. Geen vliegtuig waagt zich in deze dichte, laaghangende bewolking. Auto’s zijn er bijna niet meer. De hele nacht heeft het zachtjes geregend. Nu is het vrijwel droog, maar uit de kletsnatte bomen druppelt nog steeds water. Het is windstil. Grijze mistroostigheid, waar je maar kijkt. De straten glimmen van de nattigheid. Een zwarte kat rent huiverend de straat over en verdwijnt in een schuurtje.