26-11-10

42: Kundera

(42) Milan Kundera, De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (Jana Beranov), Agathon/Ambo, 1985

Ze wilde Tomas zeggen dat ze weg moesten uit Praag. Weg van kinderen die kraaien levend begraven, weg van agenten, weg van meisjes gewapend met paraplu’s.

11-11-10

41: du Gard

(41) Roger Martin du Gard, De zomer van 1914 (Bernard Bekman), Heideland, 1959

Het onweer, dat de hele dag over de stad had gehangen, barstte eindelijk los met plotselinge en dramatische heftigheid. Onophoudelijk flitsten de bliksemstralen, de zenuwen striemend, en het voortdurend gerommel van de donder weergalmde tussen de gebouwen met een geratel dat deed denken aan onweders in een berglandschap. In de rue du Quatre-Septembre kwam een eskadron van de garde républicaine in draf voorbij: de mannen, gekromd onder de rukwinden, hingen over de halzen der dampende dieren, wier hoeven gutsen water deden opspatten, en – zoals in een goed schilderij van een schilder van veldslagen – schitterden hun helmen onder de loodkleurige hemel.