26-05-10

22: Malaparte

(22) Curzio Malaparte, De huid (P.Petersen), Manteau, 1982

Tegen het aanbreken van de dag begon de zwarte wind te waaien en doornat van het zweet stond ik op. In mijn slaap had ik zijn sombere, droevige stem herkend. (…) Zo als een blinde, die tastend voortloopt en met vooruitgestoken handen langs de voorwerpen strijkt, ziet de zwarte wind niet waar hij gaat, en nu eens raakt hij een muur, dan weer een tak, een andere keer een menselijk gezicht, een oever of een berg en in de lucht en op de dingen laat hij de zwarte afdruk van zijn lichte aanraking achter.

De commentaren zijn gesloten.