30-07-09

355 * Van Cauwelaert

(355) August Van Cauwelaert, Harry, P.N. Van Kampen, z.j.

 

Maar de hemel blijft roerig; de maan rijdt door de wolken. De wind houdt aan; maar Harry voelt een klammigheid op zijn voorhoofd en in zijn hals.

22-07-09

354 * Van Wijnendaele

(354) Karel Van Wijnendaele, Het rijke Vlaamsche wielerleven, Snoeck-Ducaju, 1943

 

Want de wind blies nu zoo ongenadig en onverbiddelijk van uit tegenovergestelde richting, dat al wie zijn kop dierf steken buiten het venster van zijn groep, lijk den adem afgesneden werd.

18-07-09

353 * Langenus J

(353) John Langenus, Fluitend door de wereld (Herinneringen en reisindrukken van een voetbalscheidsrechter), Snoeck-Ducaju, 1942

 

In het Taunusgebergte, tegen den avond aan, kwam er een onweer het spel bederven. Een wolkbreuk bijna, en donder en bliksem! Al wat ge niet hebben moet. Het slijk spatte ons tot in het aangezicht.

13-07-09

352 * Thiry

(352) Antoon Thiry, Het schoone jaar van Carolus, Wereldbibliotheek, 1920

 

Van rond Lichtmis had een breede, warme wind de verten opengevaagd. Overal sloegen de molens blijde kruisen.

08-07-09

351 * Leroy A

(351) Antoon Leroy, De ogen van de nacht, Snoeck-Ducaju, 1991

 

Zijn dolle bezetenheid leek vaak op een bliksemschicht, een windhoos of een zonnesteek. Ze duurde niet lang.

01-07-09

350 * Van der Sande

(350) Juliaan van der Sande, Wee u, Jeruzalem, Davidsfonds, 1967

 

Moedig togen de tuchtvolle soldaten onder de brandende zon aan de arbeid. De joden stonden hen inmiddels vanop de vestingmuren te bespotten. ‘Werk maar flink door,’ riepen zij die Latijn konden spreken. ‘Jahweh zal je werk in de regentijd wel onderstoppen.’