26-05-09

343 * Hauspie

(343) Maurice Hauspie, ‘De Wachter van Katadzjoeta’, Dilbeekse Cahiers, 1989

 

Toen zag ze wat Glans bedoelde. In het zuiden had de wind een wentelende zuil zo hoog als Oeloeroe zelf gevormd, waarin stof en grassen werden meegevoerd. Beneden zich zag ze hoe grote graspollen werden losgerukt en meegesleurd.

De commentaren zijn gesloten.