25-03-09

332 * Fonteyne

(332) Norbert Edgard Fonteyne, Kinderjaren (Twee mussen voor een penning), Orbis en Orion, 1981 – herdrukken uit de Zuid-Nederlandse letterkunde, KANTL Gent

 

En bij regendag of dooi sipsapten dakgoten ringsomheen, welluidend en grillig als een oud spinet. (…) Wanneer de regendagen ons binnenshuis hielden zaten we op een stoel geknield voor het raam, en met de neusjes tegen de ruit droomden we over de dorpsplaats heen.

 

(Noot: er deed zich een aardbeving in West-Vlaanderen voor tijdens de begrafenis van de jonggestorven N.E.F., anno 1938)

20-03-09

331 * Messely

(331) Frank Messely, Woodland, Houtekiet – Signature, 2001

 

Terwijl ik daar lag, luisterend naar het zwakke geklaag van de wind en het getik van ijskristallen tegen de ruiten, scheen alles me opeens onecht toe. De volgende dag bleef het onheilspellend grijs.

15-03-09

330 * Stevens

(330) René Stevens, Makarov, Gopher, 2006

 

Het regende pijpenstelen. De grijze schrale hemel keilde bakken water op de blank staande straten. (…) Hij staarde naar de regendruppels die knetterend uit elkaar spatten op het raam.

10-03-09

329 * Van Ryssel

(329) Daniël Van Ryssel, De charmes van dagelijksheid (Literair dagboek Gent 1976), Yang, 1978

 

Nog eens naar de regen kijken, de deur langzaam dichtduwen en in de keuken een kop Nescafé klaarmaken.

05-03-09

328 * Leroy

(328) J. Leroy, Karel de Blauwer, Schets uit het smokkelaarsleven, Lannoo, 1944

 

’t Is avond en pikdonker, de wind blaast geweldig uit het Westen. ’t Is waterkoud, en alles voorspelt slecht weder. Bij Karel Velde is de kaars ontstoken en Sofie zit met haar kinders om de kachel.

01-03-09

327 * Moerenhout

(327) Peter Moerenhout, De waarheid als bijgerecht, verhaal in De Brakke Hond 94, 2007

 

Kalm en nonchalant verruilde hij de warmte van de taxi voor miezerige regen. Hij wist van regen die het gezicht van mensen kuste, maar dat was niet wat de regen nu bij hem deed. Het was eerder likken. Lauw en lang.