24-06-08

275 * De Lauw

(275) Peter De Lauw, Smerige zinnen, Kalliopè publications, 1995

Het was beginnen regenen. Niet zwoel, maar koud als najaarsregen. Piet kneep de boord van zijn regenjas met een hand dicht. Zijn hoofd hield hij gebukt als wou hij zich hoeden voor laaghangende takken. De regen viel zwaar en nat op zijn hoofd en deed zijn haar klitten. Hij vroeg zich af of het ook in de wet van Murphy zou staan, dat het telkens als je je paraplu niet bij je hebt, regent.

De commentaren zijn gesloten.