27-02-08

246 * Broeckhoven

(246) Diane Broeckhoven, De buitenkant van meneer Jules, The House of Books, 2005

Jules antwoordde niet en dat ontlokte haar een glimlach. Hij zat vast weemoedig naar de sneeuw te staren, denkend aan vroeger, toen er nog echte winters waren. IJzig en guur.

24-02-08

245 * Gruwez

(245) Luuk Gruwez, Een stenen moeder, De Arbeiderspers, 2004

Ten slotte speelden wij maartse bui en aprilse gril, waarbij ik de bui was en zij de gril. Allebei probeerden wij te regenen. Dat was aan onze gezichten te zien, dat wij regenden. En allebei klaarden wij daarna weer op. (…) Het was maart.

21-02-08

244 * Maeterlinck

(244) Maurice Maeterlinck, Pélléas en Mélisande (vertaling Ninette De Vries), De Morgen – Bibliotheek Nobelprijs Literatuur, 2002 (1892)

Pélléas

Het zal vannacht stormen. Sedert enige tijd hebben wij elke nacht storm, en toch is de zee thans zeer stil … Men zou zo zonder nadenken op zee gaan, en nimmer terugkeren.

Mélisande

Daar komt iets uit de haven …

18-02-08

243 * Sonnst

(243) Jonathan Sonnst, Razborka, Manteau, 2003

De middag eindigde voortijdig toen er wat druppels vielen, alhoewel de zon bleef schijnen. Daniel grijnsde. ‘Kermis in de hel,’ zei hij. Ik had die uitdrukking nog nooit gehoord en vroeg wat die betekende. Hij wees naar de lucht. ‘Als de zon schijnt en het regent tegelijk.’ ‘Dat is tegenstrijdig,’ sputterde ik tegen. Hij knikte ernstig. ‘Dat is de essentie,’ zei hij. ‘Huilen zonder dat je ongelukkig bent. Lachen en toch verdrietig zijn. Kermis in de hel.’ Toen kuste hij me.

14-02-08

242 * Dhooge

(242) Bavo Dhooge, Schoolmonsters, Abimo, 2006

De wind stak op en de zware, grijze wolken drumden als hersenkwabben gevaarlijk dicht tegen elkaar. Er hing onweer in de lucht. (…) Terwijl we de lege speelplaats overstaken, waaiden een paar herfstbladeren ons tegemoet. Het geritsel klonk onheilspellend en even had ik de indruk dat ik weer bekeken werd.

11-02-08

241 * Van Neste

(241) Caroline Van Neste, Heterdaad (De roman, naar scenario’s van Ward Hulselmans), Houtekiet/VAR, 1998

John sloeg het autoportier dicht en rekte zich uit. Hij zette de bontkraag van zijn jas rechtop en keek waar Sylvain bleef. Op enkele dagen tijd was het koud geworden. Ze hadden pas genoten van de laatste warme herfstdagen en nu leek het al winter. Aan de waterkant was het altijd kouder. De wind sneed door hem heen.

09-02-08

HETE KOLEN

HEULE OP HETE KOLEN – Confrérie De Griffioen uit het schuimige Heule (Kortrijk) organiseert op zaterdag 16 februari 08 om 19 uur 30 in het park en voormalig gemeentehuis van  Heule een Valentijnshappening met vast en vloeibaar voedsel, dans, muziek en literatuur.  Actrice Tine Declerck en de dichters Joris Denoo en Pol Vermeersch brengen er tot driemaal toe liefdesletteren. Als God liefde is, dan moet Hij er op de eerste rij staan. Stand-up in naam van de liefde, de letteren en de maag.

240 * Dewever

(240) Pieter Dewever, Apollo’s wraak, Aqua Fortis, 2003

Toen Hofman vanaf het Noordstation in de richting van de Kruidtuinlaan liep, voelde hij hoe de waterstraaltjes van de regen langs de opgezette kraag van zijn nieuwe jack in zijn hals druppelden. Misschien moet ik me toch eens een paraplu aanschaffen, dacht hij.

06-02-08

239 * Dufraing

(239) Dirk Dufraing, Kromhout, Houtekiet, 1988

En regen of wind of hagel of sneeuw of bijtende vrieskou maakten allemaal niks uit want er diende naar school te worden gefietst en alleen op de soms wel erg gladde kasseien in Turnhout was het uitkijken geblazen (…)

03-02-08

238 * Ducal

(238) Charles Ducal, De meesterknecht, Atlas, 1992

De gesprekken verstomden, het tempo daalde. Op de koop toe begon het te regenen. (…) We zagen eruit als figuranten die de laatste resten van Napoleons winterleger moesten uitbeelden.