30-12-07

226 * Van Reybrouck

(226) David Van Reybrouck, Blind carbon copy, uit Gelezen en goedgekeurd (Nieuwe verhalen van Vlaamse schrijvers), Meulenhoff/Manteau, 2005

Ze liep langs de kindergraven, de oudstrijdersperken en stapte op het groepje af. Het was fris vandaag, frisser dan vorig jaar. De wind lispelde in de populieren, er hing regen in de lucht.

SATISFICTION 08

2008

Verhaal WANT VAN U IS HET KONINKRIJK in De Brakke Hond 97, winter 07-08

Prozagedicht REIS IN HET HOLST VAN DE ZOMER in De Brakke Hond 97, winter 07-08 (pseud. Bjarne Donderdag)

Poëziepartituur REJOYCE, VIRGINIA in DW&B 02

Gedicht TORHOUT op warenhuis shopping bags Torhout (permanent)

Driekoningengedicht KERSTMISDAAD op Lappersfort Poets Society

Cursieven VENSTERMAN, DESIGN, DE BURGERS VAN DARLINGEN en EEN ZWALUW in Het Nieuwsblad online (Kortrijk)

Gedichtencyclus ONDERKOMEN in Oikos 1 (maart)

Gedichtencyclus (DROMEN & NACHTMERRIES VAN) EVERARD IN VLAANDEREN in Stroom, februari

Columns in De Krant van West-Vlaanderen; blogs op Lerarenforum

23 febr 08 Laureaat van Groot Nederlands Dictee (Davidsfonds) - provinciale selectie liefhebbers in Kortrijk. Met 92 % werd ik ook algemeen laureaat van de preselecties. Resultaat finale in het Vlaams parlement: een 5e plaats op de 25.

Column ONAFHANKELIJKHEID in Pasc@l, maart

Medewerking aan expositie DROMEN & ILLUSIES in Stedelijke Musea Ieper t.g.v. Erfgoeddag 08

Poëzienominatie 'De taalgrens voorbij' Vrije Universiteit Amsterdam, april (gedicht ADEM)

Gedicht REPETITIE VOOR MOEDER AARDE op Lappersfortsite en -flyers Brugge en in Straal, april 

Opvoeringen theaterstukken GRENSGEVALLEN (mei, Paradijs Rekkem) en DAMIAAN: MIJN DING (juni, Torhout)

Jeugdverhalen LOOP NAAR DE MAAN en EEN MEESTER OP ZIJN HOOFD, uitgeverij die Keure

Gedichten HUID en HET GESLACHT DER ENGELEN in bloemlezing HOTEL NEW FLANDRES, sep

Scenario stripverhaal A STAR IN STRIPES, Heule, sep

Drie reisgedichten in POEZIEKRANT, juni

REUS NEL EN UK PIM, AVI-verhaal in IK RUIL MIJN PET, groeiboek thuiswijzer, uitgeverij Van In, sep

Textscapes bij werk van Bert Vanwijnsberghe, De Griffioen Heule, sep 08

Tekst voor Kunst op het Spoor (thema handicap), Stationsplein Kortrijk, dec 08

Volkstoneel 'T PARADIJS, EEN GRENSGEVAL, Almo Antwerpen, 08

Gesamtkunstwerken SPIKKELS en FLEUR i.s.m. Jo Vantournhout, okt 08, o.a. t.g.v. ARTopia Gidts & Buren bij kunstenaars Roeselare

Gedicht PASSCHENDALE in Straal, nov 08

Medelaureaat Poëzieprijs Tienen 08

Columns in OP&DOEK, magazine amateurtheater, Antwerpen

Nominatie Poëzieprijs Lanaken 08

Creatie ZZOEFF!!, minitheaterstukje in CC De Brouckère, Torhout 08

28-12-07

225 * Thiry

(225) August Thiry, Onder assistenten, Manteau, 1993

Ik voel hoe de rukwind frontaal tegen zijn fiets aan beukt, hoe de regen hem in het gezicht slaat, de hele rit lang, die tien kilometer van Kessel-Lo naar Heverlee.

25-12-07

224 * Thijs

(224) Dolores Thijs, De jongen van het Wolvenplein, La Rivière & Voorhoeve, 1988

In plaats van zich voor te bereiden op de huwelijksnacht pakte Armand die avond wat kleding en een paar science-fictionboeken in een koffer en vertrok in de stromende regen en met Truus’ tent naar “Camping Zonneschijn”, twintig kilometer verderop in het Brabantse landschap. (…) Daar zat hij nu ondergedoken. En het bleef regenen.

22-12-07

223 * Paauwe

(223) Hanneke Paauwe, De potloodmoordenaar (theaterstuk), Bronks/Villanella, 2005

“Ze zeggen dat mijn oom steeds vaker op de zandvlakte stond en zijn windmuziek maakte. Hij draaide, zwaaide, tolde om maar snellere mooiere muziek te maken, om Fruzsina terug te krijgen. Het stormde in zijn kop en op een dag zat de wind in zijn hoofd, de geest van de wind had het overgenomen. Ze zeggen dat vanaf die dag mijn oom de potloodmoordenaar werd, dat hij met een mes de letter F in zijn borst kerfde.”

17-12-07

222 * Van Ostaijen

(222) Paul van Ostaijen, Diergaarden (De Es), uit Verzameld werk/Proza. Grotesken en ander Proza, Bert Bakker/C. de Vries-Brouwers, 1966

Maar ik ben een boom en zou vele, –  o Mijn Heer – duizenden bladerkens willen: dat niet de geringste wind ontsnappen zou aan de hinderlagen van mijn spelverlangen. Ik hou van eenvoud en van spel en niets is mij schoner dan een eenvoudig spel. O Heer, geef dat mijn verlangen zijn sappen drijft in vele, duizenden bladeren die de wind zijn, op hem wachtend, een lyra van ingetogen eenzame zinnelikheid.

14-12-07

221 * Pierreux

(221) Jos Pierreux, Het trio dat iets te vieren had, Houtekiet, 2006

Knokke ligt onder een wolk die regen zeikt. Regen roffelt op autodaken, geselt hoofden, teistert gedachten en de plaatselijke middenstand.

11-12-07

220 * Teigeler

(220) Piet Teigeler, Dodentocht, Houtekiet, 2006

Het regende, op zich niet slecht voor een begrafenis. Grijs licht, een druppel die aan de rand van een paraplu parelde en dan … paf, de knal van de rode rozen die de regieassistente klaar had liggen. Maar dit was te veel, dit was geen kerkhofregen meer, het plensde zo hard dat je de druppels zag terugkaatsen van de grijze plavuizen.

09-12-07

219 * De Loof

(219) Mieke De Loof, Duivels offer, The House of Books, 2004

Ignatz ziet dat zijn gezicht langzaam weer kleur krijgt en opent het raam om de ziekmakende braakselgeur uit zijn kamer te drijven. De ongenadig koude wervelwind op de Alexander Platz is daar niet mee gediend en smijt het raam onmiddellijk dicht. Het is de druppel die de emmer doet overlopen.

07-12-07

218 * Martens

(218) Dirk Martens, De man van Lambda, uit De verdoemden, Van Halewyck, 2001

De zon scheen niet, en de hemel drukte op La Salle. Er was nauwelijks een onderscheid van kleur tussen het wateroppervlak en de lucht. Het grauwe van de spoorwegviaduct verschilde weinig van het grijs van de kasseien van de kade.

04-12-07

217 * Ryserhove

(217) Katrien Ryserhove, Het Wodkameisje, Het Moment, 2006

Koude, miezerige regendruppels waaiden in zijn gezicht toen hij het portier opende. Hij huiverde. Het weer stemde overeen met de onbehaaglijke sfeer die over de plaats delict hing.

02-12-07

216 * Schoemans

(216) Roger Schoemans, Zwarte suiker, Davidsfonds, 2005

De sneeuwstorm was in alle hevigheid losgebarsten. De banden van de Defender slipten op de gladde weg, soms voelde het aan alsof de auto op schaatsen reed. De ruitenwissertjes schraapten sneeuw bij elkaar die eerst als waterijs samenkoekte en dan keihard bevroor zodat Geo na een paar kilometer de indruk had dat granietstaafjes over de voorruit krasten.