31-10-07

202 * Vos

(202) Herman Vos, De droes, De Clauwaert, 1977

Hij kon de stoeprand nauwelijks zien, de loodsen helemaal niet. De mist was er een van het soort dat alle rottigheid van een wereldhaven in één chemische brij op je voorruit smeert.

28-10-07

201 * Claes J

(201) Jo Claes, Quarantaine (Een liefdesverhaal), Davidsfonds, 2002

Hij ontmoette haar op een druilerige zondagavond in een cultuurcafé waar hij met zijn vriend Pieter naar binnen was gevlucht voor de regen en de verveling.

24-10-07

200 * Claes P

(200) Paul Claes, Lily, De Bezige Bij, 2003

Het vergezicht viel tegen. Boven het dorp zweefde een sjaal van mist. Het begon te miezeren. Ze waren nog bezig hun parka uit hun rugzak te wurmen toen de regen al neerkletterde.

21-10-07

199 * Ghysen

(199) Jos Ghysen, Michigan Avenue, uit Onderweg naar huis, Davidsfonds, 2004

Het sneeuwde zachtjes in Chicago, maar de Chinese taxi-driver zei dat het heel mooi weer was. Vorige week had in de windy city plots de vrieskou toegeslagen en daarvan zag en hoorde je nu nog de ijsschotsen tegen elkaar klotsen in het meer en in de rivier.

18-10-07

198 * Baete

(198) Marcella Baete, De wind is rood, Bert Bakker, 1999

Ik zit bij het raam, spijs mijn ogen en oren aan de kleuren van de lucht boven de zee en geniet van de bries die me toewaait. Omwille van de natuurwet kleuren de wolken zich rood. Naar mijn gevoel moet de onontbeerlijke wind die over de kust en het land waait, die de wolken voortdrijft, heftig rood zijn.

15-10-07

197 * Van Nieuwenborgh

(197) Marcel Van Nieuwenborgh, Allerzielen, uit Een aanslepende humeurigheid, De Clauwaert, 1989

Aziatische vrienden hoor je wel eens zeggen dat zij ons land het mooist vinden in de herfst. Het geluidloze, zigzaggende neerdwarrelen van bladeren. Hun rode, gele, bruine tinten als tanende vlammen. De wind die in de lucht, bijna op de wijze van een kind dat het evenwicht wil uitdagen, torens bouwt met wolken. (…) Het is iets heel anders dan het brutale wentelen van de seizoenen bij hen, met vernielende taifoens en een verzwelgende regenval.

14-10-07

SATISFICTION 07

2007

Nominatie voor verhalenprijs De Brandende Pen, Utrecht, 07 (verhaal Kwantum, in Lava, nov-dec 07)

Nominatie voor Poëzie aan de Zenne van de stad Halle, 07

Publicaties proza & poëzie in Tortuca (Nl), Gierik/NVT, DW&B, Tiecelijn, Lava (Nl)

Pril leesvoer bij uitgeverij die Keure Brugge (07):

Rood of geel?

Irma lust geen vis

Bloot in de boot

Niet nat, lin


Gedichtendagproject Vers voor mijn buurmeisje/-jongen, Torhout, 07 & medewerking aan Leve Torhout!, 07

Dichtbundel Oblomow in Handzame bij uitgeverij Poëziecentrum Gent, 07 (Ook als DAISY-boek voor blinden, VKBB, Progebraille Helen Keller, Hasselt)

Teksten in Mozaïek voor een metselaar, liber amicorum Jef Tytgat (Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen, campus Torhout, 07)

Schrijfproject met 3e graad basisschool Dentergem, 07 (boekpublicatie 08)

Theatertekst 'Damiaan, mijn ding' (met Brahim), Damiaanactie & 3e graad basisschool Revinze, Torhout, 07 (opvoering 08)

Medewerking aan project Het vlakke land (West-Vlaanderen & Friesland), Transfo Zwevegem, 07

Seriereportage Grensgeval, een waargebeurd smokkelverhaal, in Museumnieuws 07 e.v. (Nationaal Museum en Archief van Douane en Accijnzen v.z.w. Antwerpen)

Volkstheaterstuk 't Paradijs, een grensgeval, Rekkem 07 (opvoering 08)

November-gelegenheidsgedicht Zwarte zon in het blad Straal

December-gelegenheidsgedicht Hij komt! in het blad Straal

Gedichten Zwarte zon en Bont en Rood in Stroom

Gedicht De Woede der Noormannen geselecteerd voor Winter Woorden Nacht Waregem (park baron Casier - tot 06 januari 08)


 

2008


Poëziepartituur Rejoyce in DW&B 01

Gedicht Torhout op warenhuis shopping bags Torhout (jan 08 e.v.)

12-10-07

196 * Van Puyenbroeck

(196) Guido Van Puyenbroeck, De kringloop, De Clauwaert, 1985

Het regende toen Herman en Katja van haar afscheid namen. Mistroostige wolken bleven hardnekkig boven Glengarriff hangen. (…) Het regende toen ze claxonnerend over de Cromwell’s Bridge reden. De hemel boven Glengarriff zou voor Patricia nooit meer volledig uitklaren.

08-10-07

195 * Moeyaert

(195) Bart Moeyaert, Het boek van Niete, Altiora, 1988

Titia bleef stug voor zich uit kijken, en verroerde zich niet. Ze luisterde scherp naar de geluiden buiten. De donder rommelde steeds harder. Het leek alsof er hoekige stenen door de winkel rolden. De noordenwind rukte aan de ramen. Onweer, dacht ze, daar is het onweer.

05-10-07

194 * Staes

(194) Karel Staes, Alsof wij niemand waren, DNB/Pelckmans, 1989

De winter werd doorzichtig, de sneeuw veranderde in ijzige regen en een vochtige februarikoude drong door alle spleten van het Katershol.

02-10-07

193 * Gansemans

(193) Walter Gansemans, Bang in Beiroet, Lannoo, 1989

Iets later lig ik kletsnat en bibberend in mijn deken gerold. Ik luister naar de regen. Ik ben thuis.