30-08-07

182 * Vancampenhout

(182) Luc Vancampenhout, Met ons gaat alles goed, Standaard, 1986

Op de eerste zondag van februari, een ochtend met slordig licht en natte geluiden, werden de Alfa en de Volvo gestart voor de verre tocht naar de Westhoek.

28-08-07

181 * Verhuyck

(181) Paul Verhuyck, De doodbieren, De Arbeiderspers, 1991

Blasius deed de mensen hier ook denken aan het blazen van de wind en was daarom de schutspatroon geworden tegen de winterstormen – de heilige als opvolger van de goden. ‘Blasius blaast de haan van de kippen!’ zei men dan. Voor hem bakte men het keiharde Blasiusbrood dat men nog steeds knapenschenkel noemde, hoewel men al lang niet meer wist waarom: het heidens offer van scheenbeen aan de stormdemonen, die jaarlijks het merg uit twaalf jongensbotten eisten, was al lang vergeten.

24-08-07

180 * Verhelst I

(180) Ingrid Verhelst, Hongerwebben, Prometheus, 1996 

Het weer was omgeslagen. Wodkaregen en geflambeerde wind. De muren voelden aan als mos. De stoeptegels speelden haasje-over. Zijn auto, witgewassen en gekrompen, dobberde rond in een vuilgele plas. Mick werd zeeziek.

20-08-07

179 * Vantorre

(179) Jozef Vantorre, De kavijaks, Standaard, 1973

Op deze zolder stonden dertien nog bruikbare pispotten. Het was een eigenaardig verschijnsel dat er regelmatig pispotten op het stort kwamen. Die pispotten hadden bij metje dezelfde taak te vervullen als bij ons: ze dienen voor de regen, dan kon je goed horen waar zo een pot stond.

17-08-07

178 * Tulkens

(178) Joris Tulkens, Haastig oponthoud, Manteau, 1989 

Tussen twee appartementsblokken door worstelde hij zich in de straat omhoog. De tunnel tussen de gebouwen versterkte de meiluwte tot een stevige bries. Op de dijk ging hij achter een hoek uit de wind staan en leunde met gesloten ogen tegen een marmeren muur tot zijn ademhaling weer het normale ritme had gevonden.

14-08-07

177 * Flanders

 (177) John Flanders, Het zwarte plein (Vlaams Filmpje nr. 468, 1962), bewerkt als De straat der zeven duivels (Vlaams Filmpje nr. 1000) door Jos Boven, Averbode, 1972

De regenmaker en hij die sneeuw en mist over Londen jaagt, wonen vast en zeker in een van die vunzige hokken. Maar waar?  (…) Hoog, donker als de nacht is het, met een puntgevel waarvan de weerhaan niet meer draaien kan, zelfs niet bij de felste noordenwind.

12-08-07

176 * Vermeersch

(176) Gustaaf Vermeersch, Klosjes, klosjes, uit Zielelasten, P.N. Van Kampen & Zoon/Standaard, 1978 (1906) 

Ze lag misschien dood, ’t ware zo best, ze zou ’t niet lang uithouden met dat knagend gedacht dat haar Poezemie misschien verhongerd langs de straat liep en ze droomde haar liever langs de vesten liggend met haar pikkels in de wind.

10-08-07

DRAMA

Ik neem de vrijheid u en uw gezelschap enkele van mijn theaterstukken onder uw welwillende aandacht te brengen. Zowel Toneelfonds J. Janssens (Borgerhout) als Theaterburo Almo (Antwerpen) publiceerden mijn dramatisch werk. Mocht u eventueel interesse hebben i.v.m. opvoering, dan moeten de scripten bij deze literaire agenten opgevraagd worden. 

EEN EENHOORN IN JE TUIN
(J. Janssens, 1996): jeugdtheater voor kinderen, door kinderen en desgewenst volwassenen. Meerdere rollen mogelijk, o.a. een hele klas. Thema: fantasie. Avondvullend.
 

THUIS HEBBEN WE GEEN TREIN
(J. Janssens, 1998): avondvullende monoloog. Aan het woord is een geprepensioneerde treinconducteur. Thema: station, treinen, reizen. Meerkeuzemogelijkheden voor het slot. Genre: hilarische komedie.
 

DODE ADDER
(Almo, 2000): bekroond met de Nestor de Tière Toneelprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent en met de Premie Theaterschrijfprijs Provincie West-Vlaanderen. Avondvullende dialoog voor 2 mannen of vrouwen en een zwarte vogel (raaf). Een ironisch sollicitatiespel dat uitmondt in rolomkering en moord. Genre: wrang-ironische komedie.
 

HIEP HIEP HYPO!
(J. Janssens, 2002): eenakter voor een 10-tal personages. Een man koestert zelfmoordplannen en gaat daarom een laatste keer shoppen in het warenhuis. Hij ontmoet er overledenen die hem tot andere gedachten proberen te brengen. Thema: zwaarmoedigheid. Genre: komedie.
 

DE BIERKAAI
(Almo, 2002): avondvullend volksstuk in 14 staties met een ‘catering’-einde, zich afspelend in een randstedelijk stamcafé. Een 20-tal rollen, verwisselbaar (m/v). Graag ook een hond. Diverse thema’s. Genre: komedie.
 

DRIE MINIMONOLOGEN
(J. Janssens, 2003, Vink, Nl., 2009): duur van elke monoloog is een halfuur. ALS HET HERT SPREEKT: een jachttrofee-met-gewei aan een cafémuur lucht zijn hart. MAMA: een zoon lucht zijn hart over zijn vrouwelijke ouder. ROLEX: een bedrogen minnares lucht haar hart over haar ex-geliefde.
 

ZEG, LUISTER JE NOG?
(Almo, 2004): een veertigtal korte sketches in dialoogvorm. Genre: absurd, laconiek, ironisch.
 

’T PARADIJS, EEN GRENSGEVAL
(Almo, 2007/08): een volksstuk in opdracht, geschreven voor de bewoners van de grenswijk ’t Paradijs/Rekkem, waarin de typische grensproblematiek wordt geëvoceerd, o.a. de smokkel. In 2008 wordt dit volksstuk opgevoerd ter plekke.
 

DAMIAAN IN THE CITY (2008): een spektakel door en voor jongeren, met Brahim in de hoofdrol, in opdracht van Damiaanactie.

ZZOEFFF!!! (Vink, Nl., 2009): een actenspel over de snelheid van het leven. Combinatie verwisselbare duorollen & spreekkoor.

HOTEL DE STERVENDE OLIFANT (Almo, 2009): avondvullend stuk over o.a. bloeddoping in de wielersport. Ongeveer 18 rollen; hoteldecor.

VEE (Almo, 2009): avondvullend stuk over teambuilding en falend leiderschap. Een 20-tal rollen mogelijk.

Hopelijk eens tot in de zaal of op de planken (en niet ertussen):
 

JORIS DENOO


www.jorisdenoo.be

175 * Baekelmans

(175) Lode Baekelmans, Zachtmoedigen, uit Uit grauwe nevels, P.N. Van Kampen & Zoon/Standaard, 1978 (1899) 

Ze stapten uit de trein. Nog steeds viel de regen, dwarrelend neerstuivend.

08-08-07

174 * Rodenbach G

(174) Georges Rodenbach, Brugge-de-dode (vertaling Marjolijn Jacobs en Jolijn Tevel), P.N. Van Kampen & Zoon/Standaard, 1978  (1892)

 

En de lucht was grijs. Het was zo’n onbestemde meidag waarop ondanks de wolken, er toch een zweem van vrolijkheid in de lucht hangt.

06-08-07

173 * Van Camp

(173) Gaston van Camp, De dood vliegt over Guernica, Lannoo, 1981

… Het is nacht. Een winderige, kille, donkere nacht. De hele avond hebben regenvlagen over het bietenveld gestriemd.

02-08-07

172 * Van Remoortere

(172) Julien van Remoortere, De treinkaping, Lannoo, 1978

Kille regen striemde in mijn gezicht. Ik hapte naar de druppels. Ik wandelde vijf passen naar links, tot het koord bijna strak om mijn hals stond, dan weer vijf passen naar rechts. En ik dronk de grijze novemberwereld in met mijn ogen.