31-01-07

105 * Lebeau

(105) Paul Lebeau, Xanthippe, De Clauwaert, 1960

 

Ik zie nog hoe de oplaaiende gloed van het vuur in het midden de wapens aan de muur en de gezichten dichterbij even verhelderde met een vreemd en onwerkelijk licht zoals een verre bliksem de wereld verlicht onder het duistere zwerk.

27-01-07

104 * Geysen

(104) Wim Geysen, Lek, EPO, 1997

 

Onweer. Vurige bliksemflitsen doorklieven de zwarte hemel boven de huizendaken aan de overkant van de straat. Donderslagen doen het raam van mijn cel trillen tegen mijn gezicht. Ik geniet. Ik sta hardop te lachen. Dit is het leven. Huldigt Jahweh, zonen des hemels, huldigt Jahweh om zijn glorie en macht. Zijn stem heerst over de wateren, hij spreekt in het onweer.

25-01-07

103 * Claes E

(103) Ernest Claes, Het Land en het Volk, uit De fanfare ‘De Sint-Jansvrienden’, Heideland, 1965

 

Als de noordenwind over het ijs scheert, moet ge uw wanten tegen uw oren houden om ze niet kwijt te geraken.

23-01-07

102 * Van den Weghe

(102) Jan van den Weghe, Een korrel zand, Manteau, 1966

Grijs als de Noordzee onder een lage stormhemel in december. Weet je het nog, Suzy? We hadden een kamer gehuurd in Knokke. De stad was leeg.

21-01-07

101 * Hoet L

(101) Lieve Hoet, Ralf, uit Winterverhalen (red. Sylvia Vanden Heede), Lannoo, 2001

 

Door het raam waar ik bij zat, zag ik hoe grauw de lucht werd. Toen vielen de eerste druppels, het regende! Of was het gesmolten sneeuw die langs het raam naar beneden sijpelde? Ik had het gevoel dat ik de kou van buiten naar binnen voelde stromen.

18-01-07

100 * Bracke

(100) Dirk Bracke, Vier sleutelhangers, uit Winterverhalen (red. Sylvia Vanden Heede), Lannoo, 2001

 

De wind schoof een leeg sigarettenpakje over de stoep. Het bleef haperen aan Nicolaus schoen. Met zijn andere schoen maakte hij het pakje los en schopte het verder met de wind mee.

16-01-07

99 * De Coster Ch

(99) Charles de Coster, De legende van Tijl Uilenspiegel (vertaling Willy Spillebeen), Davidsfonds & Het Laatste Nieuws, z.j. (1867)

Dit jaar waren mei en juni echte bloemenmaanden. Nooit zag men in Vlaanderen zulke geurige hagendoorns, nooit zoveel rozen, jasmijnen en kamperfoelie in de tuinen. Toen de wind vanuit Engeland de dampen van dit bloeiende land naar het oosten woei, zei iedereen, en vooral in Antwerpen, terwijl hij de neus vrolijk in de lucht hief: “Ruik je de goede wind uit Vlaanderen?”

14-01-07

OBLOMOW

OBLOMOW IN HANDZAME                                    

 

De nieuwe gedichtenbundel van Joris Denoo, uitgegeven door Poëziecentrum, Vrijdagmarkt 36, 9000 Gent.  <   info@poeziecentrum.be   > 

 

Oblomow, of burgerlijke tevredenheid kamerbreed uitgestrekt: het blijft een boek met open einder, reikhalzend in tijd en ruimte. Deelname of innige deelneming. Reizen of blijven. Schrijven of beschrijven. Als de Vent de Vorm van zijn leven vindt, schrijft hij geschiedenis: als oblomow, biedermeier, pionier, soldaat, kamikaze of getroffene. Hij vindt voortdurend zichzelf weer uit.

 

Voltooid Verwarmde Tijd (1992, Manteau)) beschreef persoonlijke geschiedenis.

Linkerhart (2000, Poëziecentrum) omschreef een welbepaalde ruimte. Deze bundel werd in manuscriptvorm bekroond met de 5-jaarlijkse Guido Gezelle Poëzieprijs Brugge 1999.

Oblomow in Handzame doet beide en maakt de accolade naast het binnenverblijf van de dichter en de buitenwereld. De hoge, waaiende bomen in het vlakke Handzame-landschap (West-Vlaanderen) en herhaalde, landerige lectuur van Oblomow (Gontsjarow) inspireerden Joris Denoo tot deze bundel, zes jaar na het bekroonde Linkerhart.

 

 

Voorpublicaties

 

De cyclus Oblomow in Handzame werd onderscheiden door SNS-Lux Nijmegen & verscheen ook in Poëziekrant.

Het gedicht Winkeldochter (uit de cyclus Eltsenien) werd bekroond met de Dunya Prijs Rotterdam. In de laureatenbundel Het Dolpension van de Hemel verscheen ook de cyclus Schrijven naar Zweden.

Het gedicht Mannen, Tibet werd bekroond met de Poëzieprijs Culturele Centrale Boontje Sint-Niklaas.

De cyclus Inpakken en wegwezen verscheen in DW&B.

De cyclus Biedermeier verscheen in Digther.

De cyclus Arctic verscheen in De Brakke Hond.

Vlaamse koppen was het openingsgedicht van het themanummer van Yang, 04, dec. 01: Flanders Language Valley Revisited/Over de Vlaamse literatuur zoals zij was, is en ooit nog zal zijn.

Vrouwen, Seattle verscheen in Ballustrada (Nl).

De cyclus Vier brieven aan mijn zoon verscheen op NV Poëzie, De Gekooide Roos (Nl), Tortuca (Nl), Poëziekrant en figureerde ook t.g.v. ’90 jaar later’ (mei 2005, In Flanders Fields, Ieper).

98 * Baudewyns

(98) Benny Baudewyns, De Emerson locomotief, The House of Books, 2001

 

De regen viel met bakken uit de grijze hemel. Dikke spetters glipten tussen de takken door en drongen in de zachte matras van dennennaalden op de oevers. Het zwarte water van het meer leek wel te koken, zo hevig plensden de druppels op het wateroppervlak.

11-01-07

97 * Hans

(97) Abraham Hans, De Vlaamse Boskerel (bewerking Jan Marchau), Helios, 1982 (1913)

 

’t Was een stormachtige avond van het jaar 1844. Geen ster blonk aan de duistere hemel, maar in het woud van Houthulst scheen een lichtje.

09-01-07

96 * Walschap G

(96) Gerard Walschap, De kaartridder van Heppeneert (verteld door Soo Moereman), Meulenhoff, 1942

 

Hewel, een jaar na zijn vertrek of daaromtrent, op een avond van ijzel en sneeuw, dat de wind in de schouw huilde gelijk een beest in een wolfijzer en dat de honderden ruitekens in hun lood rammelden of dat het kasteel in zijn walgracht stond te klappertanden, (…)

06-01-07

95 * Verhelst P

(95) Peter Verhelst, Memoires van een luipaard, Prometheus, 2001

 

Overal in het huis waaien de gordijnen op als je de voordeur opent. (…) Soms komt er een onverklaarbare bries opzetten die als vingers door de haren strijkt en het zweet op je gezicht droog blaast. Maar even later voel je de hitte weer in alle hevigheid opzetten.

03-01-07

94 * Van Babylon

(94) Dirk van Babylon, De Brabantse Decamerone (De goede week), Manteau, 1989

We reden naar Cadzand, waar een kerstsfeer heerste: niemand in de vochtige straten en de huisjes vol lichtjes. Wij wandelden samen naar de zee en keken zwijgend naar het luidruchtige water. Er stond een wind die zoute miezel verstoof.