15-11-06

70 * Baillon

(70) André Baillon, Op klompen, Dedalus, 1991

 

Hoe moet je die gure wind noemen die de velden doet opwaaien en ze als stof de lucht injaagt? Italië heeft zijn tramontana, de woestijn haar samoem. De onze waait alleen hier. Waar komt hij vandaan? Hij is ruw, hij raspt. De boeren hebben het gepaste woord gevonden: schraal, lang en schrapend als een schaaf over een plank. Als hij onder de sparren schiet, spreekt ook de wind een andere taal. Hij vindt geen blaadjes meer om mee te praten. Snel gaat hij ervandoor, terwijl hij fluit tegen de duizenden naalden die hem prikken.

De commentaren zijn gesloten.