04-10-06

36 * Ruyslinck

(36) Ward Ruyslinck, De ontaarde slapers, Manteau, 1957

 

“Verdomde wind!” zei ze.

“Wat hebben wij met de wind te maken? Kom nu toch in het bed,” morde hij en ging zelf weer liggen.

“Het herinnert mij aan de oorlog. Toen die grijze muizen de stad binnendrongen, stak er ook zo’n geweldige storm op. Misschien kwam dat doordat het stormtroepen waren.”

(…) De wind maakte een zuigend geluid en voerde vagelijk het tampen van een verre kerkklok aan.

De commentaren zijn gesloten.