30-05-06

Faction (11)

Door een dergelijke passage werd in oude tijden mijn liefde voor de letteren nog aangewakkerd: De dagklappers in de burgershuizen van Londen duiden het jaartal 1810 aan, maar het kan ook wel 11 of 12 wezen, zo nauwkeurig zijn mijn papieren niet. Covent-Garden is een donkere wijk,waar de olielantarens schaars zijn en de gevels duister, want er staan veel pakhuizen en lelijke gebouwen, als burelen verhuurd, en waar enkel leven is in de klare uren van de dag. Het is een ware doolhof van straten, doodlopende steegjes en vale pleintjes, waar men, evenals in de krocht van de Minotaurus, een gouden draad zou moeten hebben om er de weg niet te verliezen. Klop noch aan deze noch gindse deur: wellicht dreigt een klauwige poot van zodra ze op een kier opendraait. Daar is ook een plein met vervallen gebouwtjes rondom waar niemand meer woont dan katten, slakken, spinnen en vervaarlijke blauwe ratten die zelfs een kater aandurven. Ook staat daar een verlaten zagerij wier uitbater ettelijke jaren tevoren bankroet ging, en waar de vergane plankenstapels zo rijk bemost zijn, dat ze op grazige heuvels gelijken, als men ze niet te nauw van dichtbij bekijkt. En van het plein loopt een straat, die een vreselijke naam draagt: de Straat der zeven duivels! (John Flanders, Het zwarte plein, Vlaams Filmpje nr. 468, 1962)

Om te smelten van spanning en geheimzinnigheid, toch? 

De commentaren zijn gesloten.