30-04-06

Faction (08)

Zijn schrijvers gespleten? Nou, hier alvast twee gegevens die tot nadenken stemmen. Eén: vaak is een schrijver de vader van een tweeling. Twee: onder de wapens - zij het oorlog, zij het vredestijd - is een schrijver vaak bij de medische dienst ingedeeld. Check it out. Schrijven - Schrappen. Toevoegen - Weglaten. Verdubbelen - Amputeren. Arbeidskamer - Lazaret.

15-04-06

Faction (07)

Reve overleed onlangs. Dit vierletterwoord is een begrip in de lagelandenletterkunde. Laat ik nou net, op uitnodiging van de redacties van Dietsche Warande & Belfort (B) en Parmentier (Nl), in het kader van een speciale aflevering van hun tijdschrift, een extra slothoofdstuk aan De Avonden geschreven hebben.

In gedachten zie ik de jonge Reve nog des avonds laat op de valreep zijn manuscript in een brievenbus proppen. In gedachten ben ik ook weer de student Germaanse Filologie die voor het eerst De Avonden leest en dat daarna nog ongeveer vijf, zes keer doet.

Jawel, er zijn nog mensen die bij hoei, boei of bessenappel glimlachen, grimlachen.

De homo-erotiek in Reves oeuvre interesseert me niet. Wel zijn schrijven.

11-04-06

Faction (06)

Mijn literaire prijzen waren manuscriptenprijzen. Een objectieve jury oordeelde over anonieme inzendingen. Dat overkwam me (gelukkig) voor alle genres die ik beoefen. Tielt-Boekenstad bekroonde het manuscript Eén paar kinderen, graag (jeugdboek). De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde bekroonde de manuscripten Dode Adder (theater) en Woord en Beeld.Taal op het aambeeld (essay). Dode Adder werd ook door de provincie West-Vlaanderen geprimeerd. De jury van de 5-jaarlijkse Guido-Gezelleprijs van Brugge bekroonde het manuscript Linkerhart (poëzie). De jury van Meulenhoff Verhalenprijs bekroonde het manuscript van de novelle Vreemde Hemelvaart (proza).

Waarom deze naar eigen lof stinkende opsomming? Wel, hierom. De laatste jaren verdwijnen de literaire manuscriptenwedstrijden. Ze worden vervangen door competities tussen en bekroningen van reeds gepubliceerde werken. Dit is het geval voor o.a. de (nu 3-jaarlijkse) Guido-Gezelleprijs Brugge en de Fondsprijzen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent.Wat betekent dit? Dat de 'ons-kent-ons'-schare gegadigden zichzelf nog meer beschermt tegen vreemde eenden in de bijt en ongewenste, onverwachte laureaten. Weg met die anonieme manuscripten, ook al barsten die van de kwaliteit. Men wenst op veilig te spelen en alleen nog de bekende cenakelvriendjes te bekronen. Soms krikt een jury zichzelf en haar 'Prijs' zelfs op door een heel bekend schrijver (andermaal) te bekronen. Altijd prijs! Zo sudderen overigens ook de vetpotten van de letterkundige subsidies. Pottenkijkers zijn ongewenst. Het gild der pennenridders duldt alleen zichzelf.  

07-04-06

Faction (05)

Ook ik kreeg wel eens een brief van Herman de Coninck. Dat gebeurde n.a.v. een tweetal publicaties in Nieuw Wereld Tijdschrift ('West-Vlaanderen', 4 gedichten & 'De Val', 6 gedichten). Op een keer had HdC iets onderstreept en bevraagtekend in een andere tekst van mij. Het betrof een episch kerstgedicht ('De Rollen van de Dode Zee') waarin de zinsnede 'Rudolfs rode neus' voorkwam. Tot mijn grote verbazing vroeg HdC uitleg daarover: 'Wie is in 's hemelsnaam Rudolf?' Ik blijf dit nog altijd een raadsel vinden.

04-04-06

Faction (04)

U ook een boekenbeurs? Ach, het slijk der aarde. Vroeger kreeg ik wel eens een schrijversbeurs. (Schrijfbeurs? Werkbeurs?) Papieren tijgertje Daniël Robberechts deed daar ooit eens stekelig over, tijdens de pauze van een vergadering van tijdschriftredacties (op zoek naar staatscenten) in Brussel. Dat gebeurde achter mijn rug, maar in my face vond hij wel dat ik zo'n fooi verdiende. Tja, schrijvers.

Later kreeg ik die beurs plotseling niet meer. Andere kerels en meiden aan de vetpotten, weet je wel. Men zei (letterlijk gehoord), men schreef (letterlijk gelezen), men mompelde: 'Je moet iemand kennen bij het Ministerie'. Of: 'Er is een maximaal inkomensplafond ingesteld, zoals bij de studiebeurzen: bijna niemand krijgt er nog een, alleen sommige advocaten, want die mogen beroepshalve liegen.'

Wat de letterkundige schrijverij betreft: kreeg niemand maar wat. Dan lag de lat voor iedereen gelijk: plat. Zeer plat en dus democratisch. Dan zou dat geweeklaag her en der stoppen. Dan zouden de vriendjes elkander niet meer kunnen besubsidiëren. Dan zou wie nu uit de staatsruif eet beter zijn best doen om te overleven. Moet een schrijver, dichter betoelaagd worden door zijn regering? Moet dit dan ook niet gebeuren voor de goochelaar, de belleman, de indommelaarster, de verteldame en de leesmoeder? Moet een literair tijdschrift met belastinggeld beademd worden? Moet het niet zelf zorgen voor eigen groei en bloei? Al die nursing en pampering ...