11-04-06

Faction (06)

Mijn literaire prijzen waren manuscriptenprijzen. Een objectieve jury oordeelde over anonieme inzendingen. Dat overkwam me (gelukkig) voor alle genres die ik beoefen. Tielt-Boekenstad bekroonde het manuscript Eén paar kinderen, graag (jeugdboek). De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde bekroonde de manuscripten Dode Adder (theater) en Woord en Beeld.Taal op het aambeeld (essay). Dode Adder werd ook door de provincie West-Vlaanderen geprimeerd. De jury van de 5-jaarlijkse Guido-Gezelleprijs van Brugge bekroonde het manuscript Linkerhart (poëzie). De jury van Meulenhoff Verhalenprijs bekroonde het manuscript van de novelle Vreemde Hemelvaart (proza).

Waarom deze naar eigen lof stinkende opsomming? Wel, hierom. De laatste jaren verdwijnen de literaire manuscriptenwedstrijden. Ze worden vervangen door competities tussen en bekroningen van reeds gepubliceerde werken. Dit is het geval voor o.a. de (nu 3-jaarlijkse) Guido-Gezelleprijs Brugge en de Fondsprijzen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent.Wat betekent dit? Dat de 'ons-kent-ons'-schare gegadigden zichzelf nog meer beschermt tegen vreemde eenden in de bijt en ongewenste, onverwachte laureaten. Weg met die anonieme manuscripten, ook al barsten die van de kwaliteit. Men wenst op veilig te spelen en alleen nog de bekende cenakelvriendjes te bekronen. Soms krikt een jury zichzelf en haar 'Prijs' zelfs op door een heel bekend schrijver (andermaal) te bekronen. Altijd prijs! Zo sudderen overigens ook de vetpotten van de letterkundige subsidies. Pottenkijkers zijn ongewenst. Het gild der pennenridders duldt alleen zichzelf.  

De commentaren zijn gesloten.