12-03-06

Satisfiction (intro)

SATISFICTIE

 

(Mijn Ik & Mijn Anderikken)

 

Joris Denoo

 

&

 

Bjarne Donderdag

Eric Otonne

Geraldine Roslare

Erica Wrangel

Bärbel Urquhart

                           

                          ‘Het kerkhof ligt vol onmisbare lieden’ (RACdG)

 

 

< (The Artist Formerly Known As) Prince, (G.K.) (van het) Reve, A.F.Th., Pessoa, Andy Warhol, Panamarenko, Rudolf Adriaan ‘Rudy’ Cornets de Groot, Aletrino, Brandt Corstius: zomaar, noodgedwongen, even, af en toe of altijd hesen ze zich in een ander hesje. Soms wilden ze zichzelf wat dimmen, soms wilden ze wat meer glimmen. Mummificeren of fluoresceren. Het betrof een letterlijk letterlijke ingreep, waardoor op hun etiket een andere naam kwam te staan: pseudoniem, schuilnaam, ander ik, alter ego, X. >

 

< Namen zijn bepalend. Lelijke namen doen het niet. Voor besmeurde namen bestaan tweede kansen. Een pseudoniem kan noodzakelijk worden: als schuilplaats, tweede huid, refugium. Een naam waar men bijvoorbeeld onbevangen satisfictie mee kan bedrijven. >

 

< Schilderachtigheid in de naamkeuze werkt nefast. Pastorale, zweverige, idyllische en mythische verwijzingen zijn uit den boze. Men kieze bij voorkeur iets wat in het collectieve geheugen vast geklikt kan worden. Gewoonheid waarboven een vraagtekentje als een waakvlam danst, dat is de goede combinatie. >

 

< Soms is het niet gezien. Soms is het onopgemerkt gebleven. Het lijkt alsof men niet bestaat. In rijtjes van vijf wordt men vergeten, als zesde. Men wil daar wat aan doen. Soms neemt men iemand zijn veelheid kwalijk. Men wil daar wat aan doen. Dus gaat men verdelen om te heersen. >

 

< Wat de Vlaamse en de Nederlandse poëzie betreft: gebakken lucht met als bijsluiter een bevriend flaptekstje. Ons kent ons. Schoudergeklop, namedropping. Of kritiek en literair negationisme. Wanneer blijkt dat een ‘jongere’ schuilnaam (met hoorngeschal ontvangen) het met eenzelfde tekst beter doet dan zijn oudere echte ik (die honend geweigerd wordt), dan weet je genoeg. Enkele auteurs hebben in het verleden al dezelfde test gedaan. Het komt dus vaak op hetzelfde neer: vooroordelen. Te oud, te jong, te west, te oost, te Vlaams, te moeilijk, te dit, te dat. Wat men ook beweert: je moet bij het clubje horen. Als Vlaams dichter betekent dat: economisch collaboreren met Noord-Nederlandse uitgeverijen uit de grachtengordel, waar ze elkaar ook de kop afbijten en waar een bundel poëzie ocharme net zo min verkoopt als hier in Zuid-Nederland. Wat een embleempje op een dun boekje toch doet! >

 

Nou, ter zake.

 

****** Ik zit elke dag met mijn vijf medemensen om de laptops geschaard. We voelen ons goed. Vijf is immers een wiskundig volmaakt getal. De zesheid waar ik de oorzaak van ben, telt hier (letterlijk) niet mee. Ik ben namelijk de baas. ******

De commentaren zijn gesloten.