20-11-17

162: Montgomery

(162) L.M. Montgomery, Een bruiloft in Avonlea (Martha Heesen), Fontein, 1980

Door het geraas van de storm klonk het gebonk van afgerukte takken die tegen het huis sloegen en het scherpe geluid van brekend glas. In drie minuten was elke ruit in de westelijke en noordelijke gevel gebroken en de hagel sloeg door de openingen en bedekte de vloer met stenen, waarvan de kleinste zo groot was als een kippenei. Drie kwartier lang hield het noodweer onverminderd aan en niemand die het meemaakte is het ooit vergeten.

02-11-17

161: Oz

(161) Amos Oz, Onder vrienden (Hilde Pach), De Bezige Bij, 2003

De kleur van de hemel was paarszwart, terwijl de wolken die werden voortgestuwd door de wind zwaar en donker leken. Het hele erf van de kibboets was in diepe rust. De lantaarns op het hek tekenden bleke gele plassen. (…) Regen en wind beukten op het raam van zijn kamer. Een zinken wasteil die buiten aan de spijlen van het balkonhek hing, sloeg tegen de ochtend, toen het harder ging regenen en waaien, met een hol geluid tegen het hek.

27-10-17

160: van Dis

(160) Adriaan van Dis, Ik kom terug, Augustus, 2014

Mijn moeder legde haar hand naast de hare, boerinnenhand zoekt tropenhand, maar tot een aanraking kwam het niet. De storm van een Hollandse winter werd een oosterse wind die andere sensaties aanjoeg, een zon door tere bladeren die dansende spikkels op je huid tekende, het nagloeien van een zinken dak, de smaak van schaafijs – Saskia’s eerste herinneringen.

13-10-17

159: Catton

(159) Eleanor Catton, Al wat schittert (Gerda Baardman en Jan de Nijs), Ambo/Anthos, 2014

Buiten werd de gestaag striemende regen onderbroken door een windvlaag die een gordijn van water tegen de ramen op het westen blies.

01-10-17

158: Brouwers

(158) Jeroen Brouwers, Het hout, Atlas Contact, 2014

Op het strand, ik ben zeventien. Stormwind uit zee slaat schuim tegen me aan. Met schokkend bewegende kleren sta ik scheef in het stuifzand, mijn versnipperde stemmetje schreeuwt tegen de elementen. Armen gespreid voor een omhelzing leun ik voorover, me schragend tegen de wind als tegen een lichaam. Van een wilde vrouw. De wilde wind grijpt in mijn broek. Zo kan ik blijven staan tot de stormmuur me plotseling niet meer tegenhoudt en ik mijn evenwicht verlies en val, door mijn knieën stuikend in het schurende zand.

23-09-17

157: Hawkins

(157) Paula Hawkins, Het meisje in de trein (Miebeth van Horn), A.W. Bruna, 2015

Ik zit op het terras op de regen te wachten. De hemel is zwart boven mijn hoofd, zwaluwen vliegen in lussen en duiken omlaag, de lucht is dik van het vocht.

09-09-17

156: Indrodason

(156) Arnaldur Indrodason, Onderstroom (Adriaan Faber), Querido, 2010

Het was rustig in de bakkerswinkel waar Aslaug werkte. Bij de deur hing een bel die een onaangenaam gerinkel liet horen toen Elinborg er naar binnen ging. De noordenwind was nog verder aangetrokken en joeg Elinborg nu bijna met zweepslagen de winkel in. De behaaglijke geuren van versgebakken brood en taarten drongen haar neus en mond binnen.

29-08-17

155: Preston & Child

(155) Preston & Child, Wit vuur (Marjolein van Velzen), Luitingh-Sijthoff, 2014

Opnieuw pakte ze zich warm in en begaf ze zich de sneeuwstorm in. Het was bemoedigend om te zien dat behalve de sneeuwploegen niemand op pad was – de straten lagen er verlaten bij. Een deel van de kerstversieringen, groene guirlandes en linten, was losgewaaid en bungelde klapperend en fladderend aan de lantaarnpalen en spandoeken. Complete lichtstroken waren losgeraakt en hingen verloren te sputteren.

11-08-17

154: Binet

(154) Laurent Binet, HhhH – Himmlers hersens heten Heydrich (Liesbeth van Nes), Meulenhoff, 2010

Maar buiten zijn de wolken in het dal zwaarder geworden en als hij niet voortmaakt, kan zijn vliegtuig niet opstijgen. Men brengt hem naar het exercitieveld, waar hem de eer toevalt de troepen te inspecteren. (…) Heydrich stort zich in het vliegtuig dat met draaiende motoren aan het eind van de startbaan op hem wacht. Net voor het onweer losbarst, stijgt het op. In de kletterende regen zetten de troepen van de vier Einsatzgruppen zich onmiddellijk in beweging. 

25-07-17

153: Japin

(153) Arthur Japin, Een schitterend gebrek, De Arbeiderspers, 2003

Toen steigerden de paarden, die vastgebonden stonden, alsof ze het onheil aanvoelden, en een tel later rukte de wind opnieuw aan takken en aan daken. Mijn jurk bolde als een zeil. Ik werd erdoor onderuitgehaald en enkele meters over het erf meegesleurd.

02-07-17

152: Schuller

(152) Michelle Schuller, Wilde nacht (Maria Noordman), De Geus, 1995

De wind schudde nu de bomen in hun geheel met luid gekreun heen en weer, de bijna zwarte lucht leek dicht tegen de grond aan te drukken (…) Er flitste een bliksem tussen de takken door, ver weg rommelde de donder en een paar kinderen zetten het op een huilen.

15-06-17

151: Mak

(151) Geert Mak, Reizen zonder John. Op zoek naar Amerika, Atlas Contact, 2012.

Steinbeck ziet vanuit zijn huis de orkaan erop los hameren ‘als een vuist’. De hele top van een eik kraakt naar beneden. Bij de volgende vlaag gaat een van de ramen in stukken. Boten slaan van hun touwen, rammen elkaar. Dan ziet hij hoe zijn geliefde motorscheepje, de Fayre Eleyne, door twee van die losgeslagen boten wordt klemgezet en ‘vechtend en protesterend’ tegen een naburige steiger wordt gedrukt. Eerder had Steinbeck wel eens geschreven dat stormen en andere extreme weersomstandigheden een zwaktebod zijn om een boek mee te beginnen, maar nu trekt hij zich daar niets van aan. Met smaak beschrijft hij hoe hij, ondanks de smeekbeden van Elaine, naar buiten gaat en op de ondergelopen steiger springt om zijn ‘jammerende’ boot te redden.

23-05-17

150: Koch

(150) Herman Koch, Geachte heer M., Ambo-Anthos, 2014

Toen ze zich de volgende middag met hun tassen en plunjezakken bij de bushalte verzamelden, begon het zachtjes te regenen. Eerst alleen nog motregen, maar een paar minuten later zagen ze de regen met hele gordijnen tegelijk aan komen waaien over de weilanden uit de richting van Retranchement.

07-05-17

149: Lewinsky

(149) Charles Lewinsky, Terugkeer ongewenst (Elly Schippers), Signatuur, 2012

Plotseling was er alleen nog de weg, links en rechts omzoomd met heggen, een grindweg vol kuilen en plassen. En ik was alleen op die weg, helemaal alleen. Papa was achter een bocht verdwenen. Er was niets meer van hem te zien. Ik begon te rennen, hijgend en huilend, mijn voet bleef ergens achter haken, ik viel en krabbelde weer overeind, ik rende verder, met mijn betraande en besnotte gezicht in de wind.

15-04-17

148: French

(148) Nicci French, Dinsdag is voorbij (Irving Pardoen), Ambo/Anthos, 2012

De sneeuw ging weer over in regen. Het regende de rest van de dag zo hevig dat het water door de straatgoten gutste en in de parken plassen vormde die steeds groter werden en zich aaneensloten. De riolen stroomden over. Auto’s wierpen fonkelende fonteinen van vuil water op. In afvoerputjes borrelde water omhoog. Op straat renden de mensen onder paraplu’s die nauwelijks beschutting boden van de ene winkel naar de andere. Alles werd doornat. In de koude slagregens kon je nog maar nauwelijks het einde van de straat en de toppen van de bomen onderscheiden. Het bruine water van de Theems steeg. De hele avond en nacht bleef het hozen. In de huizen en de appartementen lagen de mensen, alleen of met z’n tweeën, in bed te luisteren hoe de plensregen tegen hun ramen sloeg. De wind gierde door de bomen, en in de nachtelijke regenvlagen kletterden vuilnisbakdeksels over straat.

23-03-17

147: Läckberg

(147) Camilla Läckberg, Vuurtorenwachter (Elina van der Heijden & Wiveca Jongeneel), Ambo/Anthos, 2011

Ze huiverde en sloeg haar armen om zich heen. Hoewel het buiten eigenlijk niet koud was, leek het alsof de wind die nu over het eiland gierde dwars door de muren van het huis, haar dikke kleren en haar huid ging en haar botten binnendrong.

01-03-17

146: Möring

(146) Marcel Möring, Dis, De Bezige Bij, 2008

Toen de bosrand brak stond hij tussen de bomen en keek naar het grauwe water van de grote vijver. De donkere lucht joeg. Wolken scheurden en rafelden boven de zwarte muur van het bos aan de andere kant, regen zweepte het asfalt van de boslaan.

16-02-17

145: Roberts

(145) Nora Roberts, Thuishaven (Mariëlla Snel), Meulenhoff Boekerij, 1998

De vochtige, bijtende wind verkleumde je tot op het bot. Sneeuw van een sneeuwstorm eerder in de week lag in onregelmatige hoopjes langs de weg. De lucht was bitterblauw. Streng ogende bomen met kale, zwarte takken stonden in het door de winter gebruinde gras en schudden hun ledematen als vuisten tegen de kou. Zo was maart in Maine.

23-01-17

144: Hébert

(144) Anne Hébert, De zeezotten (A.L.S. Frans o.l.v. Pauline Sarkar), Thoth, 1988

In dit hele verhaal speelt de wind een grote rol, de aanwezigheid van de wind, zijn striemende stem in onze oren, zijn ziltige adem op onze lippen. Er is in dit land geen gebaar van man of vrouw dat niet wordt begeleid door de wind. Haren, jurken, hemden, broeken klapperen in de wind om de naakte lichamen. De zeewind dringt door onze kleren heen, ontbloot onze borst, die met een laagje zout is bedekt. Hij blaast dwars door onze poreuze ziel. Het heeft hier altijd te hard gewaaid en wat gebeurd is, was slechts mogelijk door de wind, de wind die je in een roes brengt en gek maakt.

05-01-17

143: de Rosnay

(143) Tatiana de Rosnay, Haar naam was Sarah (Monique Eggermont & Kitti Pouwels), Artemis & Co, 2007

Ze staarde uit het raam en dacht aan Parijs dat elke minuut dichterbij kwam en haar dichter bij Michel bracht. Ze zag hoe de laaghangende grijze wolken zich samenpakten, de eerste dikke regendruppels tegen het glas spetterden en omlaag dropen, geplet door de wind.

24-12-16

142: Watson

(142) SJ Watson, Voor ik ga slapen (Caecile de Hoog), Ambo/Anthos, 2011

We bevinden ons op de snelweg en rijden de stad uit. Het is gaan regenen; grote druppels slaan tegen de voorruit, houden heel even hun vorm en glijden dan snel langs het glas naar beneden. In de verte verdwijnt de ondergaande zon achter de wolken en het beton en glas om ons heen wordt in een zachte oranje gloed gedompeld. Het is schitterend maar ook verschrikkelijk.

01-12-16

141: Márai

(141) Sándor Márai, Gloed (Mari Alföldy), Wereldbibliotheek, 2000

Op dat ogenblik scheurt een windvlaag de ramen open. De zijden gordijnen beginnen te wapperen, de zware kristallen kroonluchter komt ook in beweging, als op een groot schip, wanneer de storm losbarst. De hemel wordt even verlicht, een zwavelgele flits doorklieft de nacht, zoals een gouden zwaard het lichaam van het slachtoffer splijt. De storm raast nu door de kamer en dooft enkele schuchter flakkerende kaarsvlammen; dan wordt het plotseling donker. 

21-11-16

140: Alvarez

(140) Julia Alvarez, In de tijd van de vlinders (Lon Falger), Luitingh-Sijthoff, 1994

Het regent de hele ochtend, de druppels slaan tegen de luiken en dempen de geluiden in huis. Ik blijf in bed, ik heb geen zin om op te staan en de troosteloze dag het hoofd te bieden.

01-11-16

139: Abdolah

(139) Kader Abdolah, De reis van de lege flessen, De Geus, 1997

Uiteindelijk begon een warme wind te waaien. De jonge blaadjes van de pruimenboom begonnen onder de sneeuw te bewegen aan de takken. (…) Zij kwam met in haar hand een kaars waarvan het vlammetje met de voorjaarswind meehuppelde.

20-10-16

138: Fredriksson

(138) Marianne Fredriksson, Inge en Mira. Een vriendschap tussen twee vrouwen (Janny Middelbeek – Oortgiesen), De Geus, 1999

Nu sloegen heftige rukwinden tegen de deuren en ramen. De wind gierde om de nok van het huis, was opeens verdwenen en liet een beangstigende stilte achter, waarna hij opnieuw met volle kracht toesloeg. De bladeren van de grote bomen op het stuk gemeentegrond woeien in enorme wolken op, dikke takken werden afgerukt en kwamen in razende vaart op Inges tuin af, waar ze de bloemperken vernielden.

09-10-16

137: Heijermans

(137) Hermine Heijermans, Paren in onvrede, Tiebosch, 1977

In het portiek doe ik mijn parapluie dicht en sla de regendruppels de ruimte in vanaf mijn capuchon.

30-09-16

136: de Jong

(136) Oek de Jong, Opwaaiende zomerjurken, Meulenhoff, 1979

Een vlagerige wind stuwde nu de wolken langs de hemel en striemde het gras van de weilanden. Geluiden waren niet langer nauwkeurig van elkaar te onderscheiden.

16-09-16

135: O'Brien

(135) Edna O’Brien, Ik heb je nauwelijks gekend, Johnny (Frédérique van der Velde), Agathon, 1978

Dus opende ik in die kamer in de bergen mijn raam, met de regen buiten, of als het niet regende met de motregen buiten, en keek naar de bladeren die als het ware mijn kant uit waaiden, boog me uit het raam, rook de regen, hoorde de goot overlopen, hoorde het tiktak op de bladeren en af en toe de wind die luider en gebiedender was.

23-08-16

134: Hermans

(134) Willem Frederik Hermans, Au pair, De Bezige Bij, 1989

‘Kan ik Edouard spreken? Ik ben Pauline.’
‘Pauline? Aha, je spreekt met Eliane. Hoe gaat het jou? Heb je geen behoefte aan een regenhoed?’
Een regenhoed? Eliane? O, dat was dat mens met die zelf uitgevonden hoed, waarvan de rand eruitzag als een paraplu.
‘’t Is ontzettend smerig weer. Zonder zo’n hoed van mij word je kletsnat.’

09-08-16

133: Drinkwater

(133) Carol Drinkwater, De olijventijd (Cherie van Gelder), The House of Books, 2003

De regen klettert als geweervuur neer op de ijzeren golfplaten van het dak als we de keet van de douane binnenkomen.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende